Beeldvorming II: Jij ziet, jij ziet wat ik niet zie

Onbedoeld maken we vaak ons eigen gelijk. We hebben snel een mening, komen tot een conclusie en zijn dan geneigd om – onbewust – te negeren wat met die conclusie in tegenspraak is. In een eerder blog, Hoe beeldvorming werkt: heb je gelijk of niet?, zei ik al iets over hoe dit mechanisme werkt. Je ziet daarin een filmpje over de ladder der gevolgtrekkingen (een model van Chris Argyris), waarin uitgelegd wordt hoe ‘jumping to conclusions’ werkt. Deze manier van beeldvorming zit ons in de weg bij samenwerking, in meningen over elkaar, en bij het nemen van beslissingen. We dénken wel dat we breed kijken en alles afwegen, maar dat is niet zo.

Oké, dan weten we hoe die gebrekkige beeldvorming werkt. Maar wat doen we ertegen? Hoe zorgen we ervoor dat we het etiket van die collega of van onszelf afhalen? En dat we kwesties oprecht van verschillende kanten bekijken?

Pleiten en onderzoeken is het antwoord. Niet ‘pleiten’ zoals in de rechtszaal en ook niet ‘onderzoeken’ zoals de politie. Maar pleiten en onderzoeken als een manier om een vruchtbaar gesprek te voeren.

Ook dit principe komt van Chris Argyris. Ik druk het vaak uit als: samen hardop denken. En: jij ziet, jij ziet, wat ik niet zie.
Het bestaat uit twee kanten die je, al pratend, afwisselt:

  • Pleiten: helder naar voren brengen hoe jij het ziet en waarom

    • Helder zeggen wat jouw mening is
    • Aangeven op welke feiten, gebeurtenissen en/of ervaringen die mening gebaseerd is
    • Hardop denken: vertellen hoe je van die feiten tot jouw conclusie komt. Met andere woorden: hoe is je redenering, welke denkstappen zet je?
    • Voorbeelden geven
  • Onderzoeken: verkennen hoe de ander het ziet en hoe hij/zij daarbij komt
    • De ander uitnodigen zijn/haar mening vrijuit te geven
    • Het aloude L-S-D: luisteren, samenvatten, doorvragen
    • De redenering van de ander verkennen: wat ziet hij/zij dat jij niet ziet? Zijn er feiten, gebeurtenissen en/of ervaringen die voor jou nog onbekend zijn? Hoe komt de ander tot zijn/haar mening?
    • Als er dingen bij je opkomen die in strijd zijn met de mening van de ander (en dus jouw gelijk ‘bewijzen’, in de categorie ja-maar): deze dingen noemen en vragen hoe de ander die ziet. Klopt er iets niet in jouw redenering?

In termen van de ladder der gevolgtrekkingen uit het eerdergenoemde blog over beeldvorming:

    • bij het pleiten bouw je jouw ladder op:
      – deze feiten zie ik
      – zo interpreteer ik ze
      – en dus kom ik tot deze conclusie
    • en bij het onderzoeken daal je de ladder van de ander af:
      – hoe kom je tot die conclusie?
      – welke feiten zie jij dan?
      – en hoe interpreteer je die?

Een voorbeeld ter verduidelijking:

A vindt dat het ziekteverzuim in zijn organisatie de pan uitrijst. Hij kan dat als stelling de wereld in slingeren, en daarna nog iets verzuchten over de goede oude tijd waarin mensen nog wél gemotiveerd waren. Maar hij kan ook iets zeggen in de trant van: “Ik zie dat het ziekteverzuim van 3 naar 5% is gestegen, dat is bijna een verdubbeling in een jaar tijd. Een grote stijging; ik maak me zorgen omdat het in de afgelopen vier jaar steeds 2 à 3% was. Kan het met motivatie en de sfeer te maken hebben?”
Collega B zou kunnen meehuilen over gebrekkige motivatie en daar nog de jeugd van tegenwoordig aan toevoegen. Maar hij kan ook reageren met: “Die stijging naar 5%, komt die uit de hele organisatie of gaat het om bepaalde afdelingen? Ik weet namelijk dat bij X drie mensen langdurig ziek zijn en dat daar ook nog iemand met zwangerschapsverlof is. Dat kan de boel aardig vertekenen. Ons branchegemiddelde is trouwens 5,1%, wist je dat?”

Dit is natuurlijk maar een simpel voorbeeld. Vooral bij ingesleten beelden en patronen is het niet eenvoudig om te pleiten en te onderzoeken. Hoe groter de (gepercipieerde) belangen en hoe sterker de emoties, des te moeilijker is het om deze vruchtbare manier van praten toe te passen. Geen wonder dat er in dit soort situaties vaak een beroep gedaan wordt op een procesbegeleider. Maar wanneer het lukt, is de oogst navenant. Geklaarde lucht, betere verstandhouding, meer ruimte voor verschillende perspectieven en daardoor ook betere beslissingen. Doe mij maar een pallet 😉

 

>> Meer weten? Een prachtig en praktisch boek hierover is geschreven door Adrie van den Berge, Gesprekskunst voor professionals.

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] Hoe kun je die ladder van gevolgtrekkingen afdalen? En hoe kun je ‘m gebruiken om een vruchtbaar gesprek te voeren? Daarover meer in een volgend blogje: Beeldvorming II: jij ziet, jij ziet wat ik niet zie. […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *