foto: www.sxc.hu

De kunst van het vragen (IV): Hoebeke

Vragen zijn interventies. Ingrepen in een gesprek en in een gedachtegang – meer of minder sturend van aard, meer of minder bewust gesteld, maar toch ingrepen.

Er is veel geschreven over soorten vragen en wat ze doen. Schein onderscheidt vragen aan de hand van de richting die je ermee inzet: verkenning, diagnose, alternatieven of confrontatie. Dilts gebruikt vragen om mensen te laten zien wat ze niet zien: weglatingen, algemeenheden en vervormingen. Harrison noemt vijf niveaus van oppervlakte naar diepte.
Deze keer kijken we naar wat Luc Hoebeke erover te zeggen heeft.

Organisaties hebben geen problemen, maar de mensen die er werken wel. Dat stelt Luc Hoebeke, en daar is hij overigens niet uniek in. Wel in hoe hij ‘problemen’ defini­eert. Naar zijn overtuiging drukt zich in problemen een dilemma uit waar ‘verlangen’ en ‘vrees’ deel van uit maken. Een helper probeert dat dilemma met de ander door te werken en zal dus vooral vragen stellen die betrekking hebben op dat verlangen en de ermee gepaard gaande vrees.

Verlangen

  • –  iemands ambities of drive
  • –  wat iemand graag zou willen doen
  • –  hoe iemand zou willen zijn
  • –  wat iemand een ander zou willen zeggen

Vrees

  • –  waar iemand aan denkt bij dergelijke verlangens
  • –  wat iemand terughoudt
  • –  welke fantasieën iemand heeft
  • –  welke ervaringen de vrees en fantasieën voeden
  • –  wat iemand anderen heeft zien overkomen

De kunst is hier niet alleen om vragen te stellen, maar ook en vooral te luisteren naar hoe verlangen en vrees doorklinken in wat je als helper hoort. Interveniëren betekent hier ook dat je verwoordt wat je hoort.

Deze tekst is gebaseerd op de syllabus ‘Vragen staat vrij’ door Adrie van den Berge, met als basis o.a. een destijds ongepubliceerd artikel van Hoebeke. Adrie heeft allerlei materiaal ter beschikking gesteld en met zijn toestemming deel ik het hier graag met jullie; ik verander er soms wat aan, schrijf er een beetje omheen en geef er een reflectieoefening bij.

In eerdere stukjes kwamen ScheinDilts en Harrison aan de orde; deze serie over vragen zal in een volgend stukje afsluiten met inzichten van Edu Feltmann.
.

Reflectieoefening

    1. Vergeet even wat Hoebeke zegt. Schrijf vrijuit, vanuit je eigen gedachtegang en ongestructureerd, 3 A4-tjes vol over een een probleem of dilemma waar je momenteel mee zit. Schrijf snel en mijmerend, d.w.z. volg je gedachten en schrijf kritiekloos op wat er in je opkomt. Houd je pen in beweging. Als je blokkeert, herhaal je het laatste woord totdat er een nieuwe gedachte komt.
    2. Lees welke aspecten volgens Hoebeke horen bij ‘verlangen’. Lees daarna je tekst uit stap 1 door en markeer met een kleur alle woorden, passages of flarden die horen bij jouw verlangen in deze kwestie.
    3. Verdeel een blanco pagina in twee kolommen.
    4. Wat valt je op als je naar de fragmenten over verlangen kijkt (uit stap 2)? Schrijf daar iets over op in de linkerkolom.
    5. Lees welke aspecten volgens Hoebeke horen bij ‘vrees’. Lees daarna je tekst uit stap 1 nogmaals door en markeer met een andere kleur alle woorden of flarden die horen bij jouw vrees in deze kwestie.
    6. Wat valt je op als je naar deze fragmenten over vrees kijkt? Schrijf daar iets over op in de rechterkolom.
    7. Kijk rustig naar je kolommen: verlangen en vrees, naast elkaar. Is er iets waar je over door wilt mijmeren? Komt er een vraag bij je op? Schrijf erover door, op dezelfde mijmerende manier, bijvoorbeeld 10 minuten.
    8. “Heb je vragen lief. Leef je vragen, dan leef je misschien ongemerkt het antwoord in.” Dit is een fragment uit een gedicht van Rilke. Heeft dit advies je iets te zeggen over jouw verlangen en vrees? Schrijf er iets over op.
    9. Lees onderzoekend, zonder waarde-oordeel, terug wat je bij stap 7 en 8 geschreven hebt en maak dan de volgende open zinnen af met elk ongeveer 7 regels tekst:
      • Wat me opvalt…
      • Mijn verlangen gaat ten diepste over…
      • Mijn vrees gaat ten diepste over…
      • Wat me helpt…
      • Als ik me afvraag ‘hoe verder?’, dan…

 .

 

Ruimte maken in 40 dagen

Waar zeg je in je leven ja en nee tegen? Wat is vulling en wat is voeding? Wat is afleiding en wat is de kern?

Tijdens de veertigdagentijd, van Aswoensdag op 18 februari tot aan Pasen op 5 april, bied ik een gratis online programma aan om stil te staan bij het ja en nee in jouw leven: Ruimte maken in 40 dagen.

Dit programma is volgeboekt, de inschrijving is gesloten. Dank je wel voor je belangstelling.
Misschien vind je een aardig alternatief in de gratis reflectieoefeningen van de maand, die goed passen bij de veertigdagentijd. Elke maand verschijnt een nieuwe oefening.
Ik overweeg vaker een online programma aan te bieden, bijv. in de adventstijd. Als je daarvan op de hoogte wilt blijven, meld je dan op de homepage aan voor de nieuwsbrief.

Van oudsher is dit de periode van vasten: door uiterlijk gedrag (niet of weinig eten) schep je innerlijk ruimte voor een nieuw begin. In onze moderne tijd kunnen we op veel verschillende manieren vasten. Het hoeft niet (alleen) in eten en drinken te zitten, het kan ook gaan om minder televisie kijken, minder met je smartphone bezig zijn of maar één keer per dag je mail doen.

En, niet te vergeten: wat doe je met de ruimte die als gevolg van dat “nee” ontstaat? Waar zeg je bewust “ja” tegen, waar wil je meer van hebben, meer mee doen, jezelf meer mee voeden?

Ruimte maken in 40 dagen: dagelijkse inspiratie per mail
Als je meedoet aan het programma ‘Ruimte maken in 40 dagen’ krijg je gedurende die tijd elke dag een mailtje ter inspiratie. Het kan een citaat zijn, een reflectievraag, een korte schrijfopdracht, een verhaaltje, een aandachtoefening – van alles om je bij het ‘nee en ja’ in jouw leven te bepalen. Wat is vulling en wat is voeding? Wat leidt je af, wat verleidt je – en waar wil je je liever naartoe keren? Hoe ziet dat er in de praktijk uit? En voel je de lichtheid van ‘vallen en opstaan’, van steeds opnieuw mogen beginnen?

Je kunt er je eigen weg mee gaan, meer of minder intensief. Alleen maar lezen en er in gedachten even bij stilstaan. Of erover schrijven, op papier in gesprek zijn met jezelf. Of zelfs er een persoonlijk project van maken en oefenen met ander gedrag, met gewoontes die gezonder zijn voor je geest en lichaam.

Gratis
Graag stel ik dit programma aan zoveel mogelijk mensen ter beschikking. Ik geloof dat het een mooi en zinvol thema is waar je veel aan kunt hebben. En ik gun het ook aan mensen voor wie kosten een bezwaar zouden zijn. Daarom dus gratis, onder het motto: geniet ervan, verrijk jezelf en je omgeving ermee.

.

.

foto: www.sxc.hu

De kunst van het vragen (II): Dilts

Je kunt op verschillende manieren naar vragen kijken. Eerder bleek Schein vragen te onderscheiden aan de hand van de richting die je ermee opgaat: verkenning, diagnose, alternatieven of confrontatie.

Dit vervolgartikel gaat over de benadering van Dilts. Wanneer mensen problemen ervaren met een situatie en hun rol daarin, kun je hen helpen door na te gaan:

    • wat ze weglaten:
      • bijv. informatie die ontbreekt, zodat een gevoel of bewerking weinig specifiek is
      • of referenties die ontbreken, zodat onduidelijk is waarom iets een vraag of probleem is;
    • welke algemeenheden ze uitspreken:
      • bijv. uitzonderingen uitsluiten, keuzemogelijkheden uitsluiten of impliciete aannames doen;
    • welke vervormingen ze hanteren:
      • bijv. ongerijmde uitspraken doen, zoals iemands gedachten kennelijk kunnen lezen
      • of verbanden leggen die nergens op gebaseerd lijken te zijn.

Door te vragen naar ontbrekende informatie, generaliseringen en vervormingen maak je mensen bewust van hun manier van denken en praten. Dit zorgt voor inzicht in de manier waarop zij situaties of problemen ‘maken’, d.w.z. in hun hoofd opbouwen.

Bij weglatingen gaat het om:

    • beweringen met ontbrekende of onvoldoende informatie
    • verwijzingen naar iets zonder een criterium (bijv. ‘minder’, wat de vraag oproept: minder dan wat?)
    • onvoldoende persoonlijk zijn (bijv. ‘zij’, ‘men’, ‘de leiding’)
    • onvoldoende precies zijn (het hoe, wat, wanneer ontbreekt)
    • doen alsof een actie of een proces een ding is (bijv. ‘de afhandeling schrijft voor dat…’)
    • beweringen met ontbrekende of onvoldoende informatie

Voorbeelden van bijbehorende vragen:

– Iemand zegt: Ik ben erg geïrriteerd.
Je kunt vragen: Waarover? Over wie?
Wat je daarmee bewust maakt: Weggelaten informatie.

– Iemand zegt: Het is beter om niets te zeggen.
Je kunt vragen: Beter dan wat, specifiek? In vergelijking met wat?
Wat je bewust maakt: De gebruikte standaard.

– Iemand zegt: Mensen leren niet.
Je kunt vragen: Welke mensen specifiek?
Wat je bewust maakt: Op wie/wat de verklaring betrekking heeft.

– Iemand zegt: Ik heb moeite met communiceren.
Je kunt vragen: Hoe specifiek heb je moeite, wanneer, waarmee?
Wat je bewust maakt: Informatie over situatie, activiteit, relatie.

– Iemand zegt: Ik stopte met de relatie.
Je kunt vragen: Wie is specifiek aan wie gerelateerd, hoe en met betrekking tot wat?
Wat je bewust maakt: Het woord relatie wordt omgezet in een werkwoord.

 

Bij generalisaties gaat het om:

    • spreken alsof er geen keuze is
    • impliciete aannames
    • brede algemeenheden die uitzonderingen of alternatieven uitsluiten (bijv. altijd, nooit, iedereen, niemand)

Voorbeelden van bijbehorende vragen:

– Iemand zegt: Mannen mogen geen emotie tonen.
Je kunt vragen: Als ze dat nou wel deden?
Wat je bewust maakt: Gevolgen, verantwoordelijkheid voor de regel of grens.

– Iemand zegt: Ik kan geen presentatie houden.
Je kunt vragen: Wat houdt je tegen?
Wat je bewust maakt: Oorzaak van de symptomen.

– Iemand zegt: Als hij wist hoezeer ik gekwetst ben, zou hij niet zo reageren.
Je kunt vragen: Hoe weet je dat hij het niet weet?
Wat je bewust maakt: De manier van omgaan en de relatie die verondersteld worden.

– Iemand zegt: Zij heeft altijd kritiek.
Je kunt vragen: Altijd? Is er nooit een situatie geweest waarin ze geen kritiek had?
Wat je bewust maakt: Uitzonderingen en tegenstrijdigheden.

– Iemand zegt: Niemand vertelt de waarheid.
Je kunt vragen: Wat zou er gebeuren als…?
Wat je bewust maakt: Alternatieve keuze(s).

 

Bij vervormingen gaat het om:

    • stilzwijgend uitgaan van oorzaak-gevolgrelaties
    • doen alsof je gedachten kunt lezen en de gevoelens van een ander kent
    • doen alsof er gelijkwaardigheid is
    • niet duidelijk maken waarop iets gebaseerd is

Voorbeelden van bijbehorende vragen:

– Iemand zegt: Haar toontje maakt me kwaad.
Je kunt vragen: Hoe komt het dat je daar boos over wordt?
Wat je bewust maakt: Het logische verband dat men kennelijk legt, oorzaak/gevolg.

– Iemand zegt: Hij geeft niet om mij.
Je kunt vragen: Hoe weet je dat?
Wat je bewust maakt: Hoe je dat kunt weten en hoe absoluut dat weten is.

– Iemand zegt: Hij doet het niet goed op zijn werk, hij heeft een leerprobleem.
Je kunt vragen: Als jij het slecht doet op je werk, betekent dat dan ook dat je een leerprobleem hebt?
Wat je bewust maakt: Controle van de betrouwbaarheid van het verband (oorzaak/gevolg) en waarop dat gebaseerd is.

– Iemand zegt: Het is egoïstisch om aan jezelf te denken.
Je kunt vragen: Volgens wie?
Wat je bewust maakt: De bron en de criteria van het oordeel.

 

Tot zover Dilts. Eigenlijk een chique vorm van: ik zie, ik zie wat ik niet zie 😉
Ik ben van plan in volgende artikeltjes aandacht te besteden aan Feltmann, Harrison en Hoebeke.
Schein kwam dus eerder al aan de orde met zijn indeling in verkenning, diagnose, alternatieven en confrontatie.
De teksten zijn grotendeels van de hand van Adrie van den Berge die gul allerlei materiaal ter beschikking heeft gesteld. Met zijn toestemming deel ik het hier graag met jullie; ik schrijf er soms wat omheen en geef er een reflectieoefening bij.

Reflectieoefening

    1. Schrijf tenminste één A4-tje vol over een lastige situatie die jou momenteel bezighoudt. Schrijf vrijuit, zonder rekening te houden met de indeling en vragen van Dilts.
    2. Lees je tekst door vanuit de drie perspectieven van Dilts, d.w.z. ga op zoek naar weglatingen, generalisaties en vervormingen. Terwijl je dat doet, maak je een lijstje van vragen die bij je opkomen in de trant van de hierboven gegeven voorbeelden. Bevraag jezelf alert, lees nauwkeurig en wees nieuwsgierig. Doe vooral niet alsof alles logisch is wat je geschreven hebt, maar stel het ter discussie.
    3. Kijk naar je lijstje met vragen en kies drie vragen uit waar je het meest door geprikkeld wordt.
    4. Beantwoord deze vragen al schrijvend. Houd je pen in beweging, noteer kritiekloos wat er in je opkomt en als je even blokkeert, herhaal je het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt. Doe dit 5 minuten per vraag, dus in totaal 15 minuten.
      => Mogelijkheid tot verdieping: als je wilt, kun je ook deze tekst weer doorlezen vanuit de drie perspectieven van Dilts en daarmee stap 2 t/m 4 herhalen.
    5. Lees terug wat je bij stap 4 geschreven hebt, ook weer met een alerte en onderzoekende houding, en maak dan de volgende open zinnen af met elk ongeveer 7 regels tekst:
      • Wat me opvalt…
      • Als een ander dit geschreven zou hebben, zou ik zeggen…
      • Iets waar ik eerder geen rekening mee  hield…
      • Het lijkt me dat een oplossing gezocht kan worden in de richting van…
      • Wat ik wil proberen, is…

 

Foto: www.sxc.hu

10 tips om reflecteren leuk te houden

Als je een stevige opleiding volgt, zul je het herkennen. Reflectiemoeheid. Steeds maar weer iets schrijven over wat het je oplevert, wat je ermee doet, hoe A zich verhoudt tot B en wat jij daar zelf van vindt. En waarom. Vooral waarom, want het moet natuurlijk onderbouwd zijn.

Soms is het geen opleiding, maar doe je het jezelf aan. In je hoofd of in een dagboek: denken over je gedachten, malen, jezelf toespreken en honderd antwoorden bedenken of juist vastzitten in die ene kwestie die vooral ’s nachts heel groot lijkt.

Op zich niets mis mee; nadenken over jezelf en wat je bezighoudt is vaak heel vruchtbaar. En zo’n opleiding stelt terechte vragen die je helpen jouw leeropbrengst te vergroten en te verduidelijken. Maar je kunt er moe van worden, soms is het teveel en dan helpt het als je andere vormen gaat gebruiken.

Hieronder vind je een paar ideeën, met de uitnodiging te kijken waar voor jou ‘het andere’ zit. Dat wat je nog niet geprobeerd hebt, dat wat je misschien zelfs helemaal niets lijkt. Probeer het eens en kijk wat er gebeurt, of het iets doet met de inhoud van je reflecties en met je animo ervoor.

    • – breng het van je hoofd naar papier: niet denken, maar schrijven.
    • – …van woord naar beeld: niet schrijven, maar tekenen of een collage maken.
    • – van intuïtie naar ratio: gebruik een analysemodel of denk een gestructureerde mindmap uit.
    • – van ratio naar intuïtie: maak een sfeertekening, abstract van vorm, kies snel je kleuren. Of teken met je ogen dicht.
    • – van binnen naar buiten: ga achter je bureau vandaan, maak een wandeling en verzamel (foto’s van) dingen die met je vraag/thema te maken hebben.
    • – van hoofd naar lichaam: beeld met je lichaam iets uit van je vraag/thema, gebruik eventueel iets dat staat voor een (deel van) die vraag, bijv. voor je leerdoel of voor een bepaalde theorie/theoreticus of voor een persoon in je leven. Of maak een serie lichaamshoudingen, misschien ontstaat er een dans?
    • – van proza naar poëzie: schrijf er een gedicht over, al dan niet rijmend of in een bepaalde vorm.
    • – van stilte naar geluid: zing er over, gewoon spontaan en raar, en kijk wat eruit komt.
    • – van inhoud naar leegte: laat je werk liggen en doe een ademhalings- of meditatieoefening. Stel jezelf een vraag en bemerk wat er van binnen opkomt.
    • – van abstract naar concreet: wat doe je ermee in de praktijk, zie jezelf als in een filmpje, wat is er aan jou te zien, wat zeg je, wat gebeurt er daardoor?

Heb je zelf nog andere ideeën? Welke vormen helpen jou te reflecteren en dat leuk te houden? Ik ben benieuwd! Je kunt hieronder reageren.

 

Gerelateerde post: Reflecteer ook op je schrijfstijl

Pitstop voor adviseurs is een succes

Woensdag 25 september was ‘ie er weer: Pitstop, de reflectieworkshop voor organisatieadviseurs, aangeboden door Ooa (ook voor niet-leden). Deze keer hebben Tiene de Rek en ik de dag begeleid. Vanwege de flinke wachtlijst is een extra workshop ingelast in december en de planning voor volgend jaar wordt momenteel gemaakt.

Waarom is het zo’n waardevolle dag? Je krijgt zicht op waar je professioneel staat, waar je naartoe wilt en wat je daarvoor wilt doen. Het is een mogelijkheid om even bij te tanken en tijd te nemen voor onderhoud aan je profiel en je ontwikkeling.
Aan de hand van reflectieopdrachten neem je diverse thema’s uit je werkleven onder de loep. Je kiest daarbij zelf wat belangrijk voor je is. Denk bijvoorbeeld aan je professionele bagage, leerstijlen, portfolioplanning, tijdbesteding of persoonlijk leiderschap. De opdrachten zijn heel divers van aard, zodat er voor elk wat wils is.

Je werkt zowel individueel als in kleine groepen en deelnemers krijgen een actieve rol in het ondersteunen van elkaars reflecties.
Je oogst bestaat uit inzichten en voornemens op maat voor verdere persoonlijke en professionele ontwikkeling.

Planning
Pitstop wordt een paar keer per jaar georganiseerd. De eerstvolgende keer is op donderdag 12 december 2013; die dag wordt begeleid door Leike van Oss en Rosemarijn Koenen. Inmiddels is daar een wachtlijst voor; de planning voor volgend jaar zal binnenkort bekend worden.

Kosten
Ooa-leden € 150,- niet-leden € 190,- (excl. 21% btw).
De kosten zijn inclusief materiaal en het vergaderarrangement.

>> Info en aanmelden voor wachtlijst of vervolg: website Ooa

Reflecteer ook op je schrijfstijl

Wat kun je leren van je eigen teksten? Hoe graaf je naar de schatten die erin verstopt zitten? Vaak vraag ik cursisten in reflectieoefeningen terug te kijken naar wat ze eerder in hun dagboek, projectlogboek of leerverslag geschreven hebben. Dat doe ik zelf ook regelmatig. Dan zie ik verbanden die ik eerder niet zag, patronen, een ontwikkeling die ik heb doorgemaakt… Bij deze reflectieopdrachten gaat het vaak om de inhoud: WAT heb je geschreven? Maar het HOE heeft je ook veel te zeggen.

Als je je eigen teksten terugleest, kijk dan eens niet naar de inhoud maar naar de stijl die je (onbewust) gebruikt hebt.

  • Schrijf je vaak vragen achter elkaar, zonder antwoord te geven?
    Bijvoorbeeld: Waarom doe ik dat toch niet? Ik weet toch dat het belangrijk is? Wat weerhoudt me ervan om eerlijk te zijn? En te zeggen dat ik uit dit project wil stappen? Wat is er leuk aan? Waarom ga ik er toch mee door?
    Kies dan 1 vraag uit die eruit springt en ga op papier mijmeren over wat het antwoord zou kunnen zijn. Of over de gedachten en redeneringen die erachter zitten. Of maak 30 keer dezelfde open zin af waarmee een antwoord zou beginnen, bijvoorbeeld: “Wat me weerhoudt is…”, en kijk dan welke mogelijke antwoorden in je opkomen en (daarna) welke het meest waar aanvoelen.

 

  • Geef je vaak opdrachten aan jezelf? Teksten die je tijdens het schrijven bemoedigend bedoelt, maar die achteraf dwingend en zelfs vermoeiend of irritant kunnen klinken?
    Bijvoorbeeld: Hou vol. Je kan het. Doe het gewoon. Maar dan nu echt. Wees eerlijk en zeg het. Gevallen, dan nu opstaan. Ga ervoor.
    Schrijf dan eens over hoe het is om even niets te hoeven, niet van jezelf en niet van anderen. Of over wat je nu al goed doet, waar je tevreden over bent en wat je al lukt. Doe een ademhalingsoefening om uit dat drukke vermanende hoofd te komen. Of kies 1 aanmoediging uit je tekst en schrijf over hoe dit er in de praktijk concreet uitziet en wat/wie jou kan helpen om een eerste kleine stap te zetten. Of schrijf over van wie die vermanende stem in je hoofd eigenlijk is (een van je ouders, een onderwijzer van vroeger?) en ga op papier een gesprek met hem/haar aan.

 

  • Heb je gezien welke toon je kiest? En welk abstractieniveau?
    Bijvoorbeeld vooral klaaglijke en zorgelijke teksten, tobberig. Of eenzijdig blij, op het ongeloofwaardige af. Misschien maak je gedetailleerde en concrete beschrijvingen (en toen zei hij, en toen deed ik…), of schrijf je juist abstract en filosofisch, vaag en voor een ander niet te volgen?
    Wanneer je ontdekt hebt welke toon en insteek overheerst, probeer dan eens iets anders te doen. Schrijf op een andere manier: als het tobberig is, kijk en schrijf eens lichter, als het naïef blij is, maak het realistischer. Te beschrijvend? Trek conclusies, zoek patronen en duik in emoties. Te zweverig? Word concreet en gebruik details. Kortom, doe wat voor jou het nieuwe is.

 

Deze tips zijn bedoeld om je gevoeliger te maken voor wat je onbedoeld laat liggen. Als je een andere stijl of insteek kiest dan wat kennelijk je ‘default’-stand geworden is, open je de deur naar nieuwe en verrassende inhoud. Veel plezier met varieren!

Gratis reflectieprogramma: Beweging door verleden, heden en toekomst

Hoe lang is het geleden dat je de balans opmaakte voor jezelf? Rust nam om terug- en vooruit te kijken, en stil stond waar je nu bent?

Heel logisch als zoiets er niet van komt. Als het een vaag stemmetje op de achtergrond wordt. “Over twee weken maak ik echt tijd voor…”

Hier is iets dat helpt. Een eenvoudig en gratis programma van 3 weken dat je bij de hand neemt door je verleden, heden en toekomst. Je krijgt een serie schrijf- en aandachtoefeningen voorgeschoteld, voor het merendeel gebaseerd op het reflectieve schrijfboek ‘Word je bewust’, gemaakt door Jojanneke Kronenburg en mij. Zo’n reflectieroute leek ons een mooie aanvulling op het boek.

Het zijn allerlei oefeningen in een ‘lege’ opzet, zodat je jouw eigen leven en/of werk, zoals het nu is, goed naar voren kunt brengen. En als je wilt, kun je er natuurlijk ook korter of langer dan 3 weken over doen.

Download hier het gratis reflectieprogramma “Beweging door verleden, heden en toekomst”.

 
Wat je erbij nodig hebt:

– een exemplaar van het boek ‘Word je bewust’, te bestellen bij Zadoks Uitgeverij of Bol.com;
– een kookwekker of (meditatie)timer;
– een papieren labyrint dat je hier kunt downloaden.

Op deze manier sla je twee vliegen in één klap slaat: je hebt het boek plus een reflectieprogramma. En je ziet meteen hoe het boek te gebruiken is om je eigen route te volgen, kriskras door de oefeningen heen. In drie weken komen niet alle 81 oefeningen van het boek aan bod, dus je houdt nog genoeg materiaal over om later mee aan de slag te gaan.

Veel schrijfplezier en mooie inzichten toegewenst!