Oefening van de maand maart: Een gelukkige natuur

Inspiratiebron voor deze oefening was een bezoek aan het Dordrechts Museum, waar onder de titel ‘Een gelukkige natuur‘ een prachtige tentoonstelling te zien is van de schilderijen van Willem Bastiaan Tholen. Ik was erdoor verrast, want ik ken die Tholen helemaal niet. Jij wel?

Ik heb een oefening gemaakt met de teksten die op de muur te lezen waren, dus het gaat hier nog niet eens om de schilderijen. Daarvoor kan ik een bezoek aan het museum van harte aanbevelen.

Veel plezier en inspiratie met deze oefening toegewenst!

Stap 1
De naam van de tentoonstelling is ‘een gelukkige natuur’. Welke associaties heb jij daarbij? Noteer deze in een lijstje, in trefwoorden.

Stap 2
Kijk naar je lijstje uit stap 1: welke associatie trekt op dit moment je aandacht? Mijmer daarover in een sprintje van 5 of 10 minuten.

Stap 3
Lees je sprintje uit stap 2 (hardop) terug en geef dan de kern weer in een kort sprintje van 3 à 5 regels tekst.

Stap 4
Lees je sprintje uit stap 3 (hardop) terug. Als je de essentie in één woord zou uitdrukken, welk woord is dat dan? Noteer dit.

Stap 5
Het Dordrechts Museum heeft her en der teksten op de muren gezet, van de schilder Tholen zelf of van anderen over zijn werk. Hieronder zie je er een paar.
Lees ze rustig en hardop:

  • “Je woont daar in een heerlijk land, ik moet gedurig denken aan de laatste dagen bij je, zoo bizonder mooi als ik ’t vond, dat waren echt dagen van genieten!”
  • “Het trekt hem blijkbaar aan, de schoonheid te openbaren van het eenvoudige en onaanzienlijke.”
  • “Veel, veel buiten te werken en alles gade te slaan opdat gij later aan een enkele blik genoeg hebt om daarna naar uw werkplaats te gaan en het terstond (…) op het doek te zetten.”
  • “Er is veel te veel moois hier! Vanmiddag riep ik in wanhoop uit dat ik hier niet terug wil komen.”
  • “Ik teeken de dag hier zo’n beetje voorbij.”

Welke tekst (of deel daarvan) springt er voor jou op dit moment uit? Denk daar niet verder over na, maar begin meteen te schrijven, te mijmeren op papier in een sprintje van 5 of 10 minuten.

Stap 6
Lees je sprintje uit stap 5 (hardop) terug en geef dan de kern weer in een kort sprintje van 3 à 5 regels tekst.

Stap 7
Lees je sprintje uit stap 6 (hardop) terug. Als je de essentie in één woord zou uitdrukken, welk woord is dat dan? Noteer dit.

Stap 8
Heeft dit woord uit stap 7 iets te maken met jouw eerdere woord uit stap 4? Schrijf een sprintje van 5 minuten waarin ze allebei voorkomen en laat je pen het verband leggen.

.

Museumbezoek
Misschien ben je al schrijvend benieuwd geworden naar de schilderijen van Tholen? Het Dordrechts Museum is je bezoek zeker waard. Zoek dan bijvoorbeeld jouw gekozen tekst uit stap 5 op en kijk welke schilderijen aan de muur met ‘jouw’ tekst hangen. Schrijf ter plekke een sprintje over het schilderij dat er voor jou uit springt. Heeft het iets te maken met wat je in deze oefening schreef?

Benieuwd geworden?

Wil je op deze creatieve, reflectieve manier leren schrijven? Ben je benieuwd wat het je kan brengen aan inzichten en ontwikkeling? Kom dan eens naar het Schrijfcafé.

Beschikbaar tot en met 30 april 2020.
Hergebruik is vrij, mits met bronvermelding: Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl.
Foto: idem.

Nodig
– pen en papier
– timer

Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt