Oefening van de maand juli/augustus: De oven en de vulkaan

Soms kom je in een boek een zin tegen waardoor je stopt met lezen. In de stroom van woorden, in de stroom van het verhaal, staat ineens een dam. Je moet een zijstap maken, even nadenken over die zin die je net las. Herlezen. Doordenken.

Dit gebeurde mij in een – leuk maar niet geweldig – boek van Alan Bradley, Het stroeve touw. Het is het eerste boek dat ik van hem las en het gaat over Flavia, een meisje van elf jaar oud dat misdrijven oplost. Een mini Miss Marple. Het fragment waar ik op bleef hangen, heeft niets met moord of detectiverij te maken, het is iets wat een oude excentrieke tante tegen Flavia zegt wanneer deze zich alleen en nergens-bij-horend voelt, omdat ze vreemde invallen heeft en bijzondere interesses.

De uitspraak van de tante van Flavia is de aanleiding voor deze oefening van de maand. Traditiegetrouw een wat uitgebreidere oefening voor twee maanden.

Je kunt goed een knip leggen tussen stap 5 en 6.

Veel plezier ermee en een mooie zomer!

Stap 1
Lees het onderstaande citaat (uit ‘Het stroeve touw’, door Alan Bradley) en schrijf daarna je eerste reactie (associaties, wat ook maar) op in een sprintje van 5 regels tekst.

“Nog iets wat je moet onthouden. Inspiratie van buitenaf is vergelijkbaar met de warmte in een oven. Het levert aardige krentenbollen op. Maar inspiratie van binnenuit is als een vulkaan; je kunt er de wereld mee veranderen.”

Stap 2
In het citaat gaat het eerst over de warmte van de oven, dat wil zeggen: wat van buiten komt. Daarbij kun je denken aan dingen die je doet omdat het moet, omdat ze van je verwacht worden, omdat de omstandigheden ertoe leiden, omdat je het beste van de situatie maakt, omdat je het positieve zoekt in wat er op je afkomt, omdat je geen nee kunt zeggen, omdat je geneigd bent warm te lopen voor wat men vraagt, etc. (Je voelt wel het verschil met wat van binnen komt. Het is zeker niet slecht, het is warm en het levert aardige krentenbollen op, alleen die warmte komt van buiten.)
Maak eens een lijstje van wat er in je opkomt als antwoord op de vraag: welke warmte in jouw leven of werk komt van buiten, wat zijn jouw krentenbollen? Bedenk er geen redenering bij, maar vertrouw op wat er in je opkomt en noteer dit zonder jezelf te censureren.

Stap 3
Lees rustig je lijstje uit stap 2 (hardop) terug. Bemerk daarbij welk item eruit springt en ga daar meteen al schrijvend over mijmeren in een sprintje van 7 minuten.

Stap 4
Lees je sprintje uit stap 3 (hardop) terug en onderstreep één zin die eruit springt en ga daar dieper op in met een sprintje van 5 minuten.

Stap 5
Lees je sprintjes uit stap 3 en 4 (hardop) terug en onderstreep daarin zinnen (of delen van zinnen) die je mooi en waar vindt. Gebruik deze om er een rondeel mee te maken. Een rondeel is een gedicht dat niet hoeft te rijmen en dat bestaat uit 8 regels, met een aantal herhalingen:

– regel 1
– regel 2
– regel 3
– regel 4 = herhaling van regel 1
– regel 5
– regel 6
– regel 7 = herhaling van regel 2
– regel 8 = herhaling van regel 1

Stap 6
Het laatste deel van het citaat gaat over de warmte, energie en kracht van jouw vulkaan, dat wil zeggen: wat van binnen komt. Daarbij kun je denken aan dingen die je doet omdat ze van nature bij je horen, omdat jouw hart en ziel er naartoe getrokken wordt, omdat je er innerlijke vreugde door voelt, omdat er levenskracht uit voortkomt en omdat je in je vezels weet dat het past bij hoe jij bedoeld bent, bij wat jouw bestemming is, wat jouw waardigheid is, waar jij de wereld mee verandert (denk niet te klein van jezelf), etc.
Maak eens een lijstje van wat er in je opkomt als antwoord op de vraag: welke warmte in jouw leven of werk komt van binnen, wat komt er uit jouw vulkaan? Bedenk er geen redenering bij, vertrouw op wat er in je opkomt.

Stap 7
Lees rustig je lijstje uit stap 6 (hardop) terug. Bemerk daarbij welk item eruit springt en ga daar meteen al schrijvend over mijmeren in een sprintje van 7 minuten.

Stap 8
Lees je sprintje uit stap 7 (hardop) terug en onderstreep één zin die eruit springt en ga daar dieper op in met een sprintje van 5 minuten.

Stap 9
Lees je sprintjes uit stap 7 en 8 (hardop) terug en onderstreep daarin zinnen (of delen van zinnen) die je mooi en waar vindt. Gebruik deze om er een rondeel mee te maken, zoals uitgelegd in stap 5.

Stap 10
De tante die in het boek deze zinnen tegen Flavia zegt, heet Felicity. Het is vast geen toeval dat de schrijver haar genoemd heeft naar het Latijnse woord ‘felicitas’, dat ‘geluk’ betekent. Een mooi woord om bij deze schrijfoefening te betrekken: geluk. Kijk eens terug naar de twee rondelen die je geschreven hebt. En schrijf dan, als afronding van deze oefening, een sprintje van 7 regels tekst als antwoord op de vraag: wat hebben jouw rondelen met jouw geluk te maken? Wat is het dat je moet onthouden (de eerste zin van de raad van tante Felicity)?

.

Variatie/verdieping
Misschien kun je deze zomermaanden gebruiken om je ‘vulkaan’ een beetje meer vrij te maken, zodat de warmte van binnen er beter uit kan komen. Kijk eens naar je lijstje in stap 6 en bedenk een actie die daarbij past. Of twee. Of drie…

Benieuwd geworden?

Wil je op deze creatieve, reflectieve manier leren schrijven? Ben je benieuwd wat het je kan brengen aan inzichten en ontwikkeling? Kom dan eens naar het Schrijfcafé.


Beschikbaar tot en met 30 september.
Hergebruik is vrij, mits met bronvermelding: Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl.
Foto: www.huibertvanrossum.nl

Nodig
– pen en papier
– kookwekker of timer

Hoe te schrijven: Sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt