Oefening van de maand september: Natuur

Het najaar is een tijd waarin veel verandert in de natuur. Het licht wordt korter, kleuren gaan van heldergroen naar dofgroen en dan naar geel en bruin. Appels en peren vallen van de boom als je niet op tijd bent om ze te plukken. Soms zie je nog jonge zwanen en aan je eigen verrassing daarover merk je hoe ver het voorjaar al achter ons ligt. Maar nog steeds zijn er dingen die beginnen of nu pas tot volheid komen: pompoenen, paddenstoelen, kastanjes. Mooi hoe alles zijn eigen tijd heeft.

De natuur toont ons nu inkeer, terugtrekken, oogsten en ook opnieuw beginnen als dit tijdstip bij je hoort.
Deze veranderingen zijn de aanleiding voor deze oefening van de maand.

Veel plezier ermee en een mooie nazomer toegewenst!

Stap 1
Maak in je eentje – of met een ander, maar dan bij voorkeur in stilte – een wandeling door de natuur. (Of zoek op internet of in tijdschriften afbeeldingen van de natuur. Er bestaan ook mooie kaartensets, bijv. het Heidehofse Natuur- en Inzichtspel.) Wees opmerkzaam: wat zie je dat typisch bij deze tijd van het jaar past? Of dat je juist verrast omdat het in deze tijd nog voorkomt? Maak er foto’s van, teken het na en/of noteer een paar trefwoorden. Misschien kun je het zelfs meenemen naar huis. Zo verzamel je een lijstje ‘natuurbeelden’.

Stap 2
Kies uit je lijstje van stap 1 één natuurbeeld dat eruit springt, je hoeft niet te weten waarom dat is; kies snel en intuïtief.

Stap 3
Beschrijf in ca. 7 regels tekst wat je objectief in dat natuurbeeld ziet: wat is het, hoe ziet het eruit? Bijv. de grootte, kleur, het materiaal, de geur, hoe het aanvoelt… alleen nog maar registrerend, beschrijvend.

Stap 4
Mijmer op papier verder over dit natuurbeeld, in een sprintje van 10 minuten: waar doet dit beeld je aan denken, welke associaties heb je erbij, laat het iets zien, etc.? Misschien wel: hoe zou dit natuurbeeld zich voelen en wat zou het zeggen als het kon praten? Vertrouw op wat er in je opkomt, val gerust in herhaling, maar blijf schrijven.

Stap 5
Lees je sprintje uit stap 4 (hardop) terug en onderstreep één zin die eruit springt en ga daar dieper op in met een sprintje van 5 minuten.

Stap 6
Lees je sprintjes uit stap 4 en 5 (hardop) terug en onderstreep zinnen of flarden die voor jouw gevoel de kern raken.

Stap 7
Maak de volgende open zinnen af met een sprintje van steeds ca. 5 regels tekst:

  • Wat dit natuurbeeld mij in essentie te zeggen heeft…
  • Als ik me realiseer dat in de natuur alles zijn eigen tijd en schoonheid heeft…
  • Het gevoel dat ik nu heb, na dit natuurbeeld en mijn schrijven, is…

Stap 8
Lees je open zinnen uit stap 7 (hardop) terug en onderstreep zinnen of flarden die voor jouw gevoel de kern raken.

Stap 9
Maak als afronding van deze oefening een haiku; je kunt daarvoor gebruik maken van (delen van) de zinnen die je in stap 6 en 8 hebt onderstreept.
Een haiku is een Japans gedicht dat niet hoeft te rijmen en dat bestaat uit drie regels met een bepaald aantal lettergrepen per regel:

– regel 1: vijf lettergrepen
– regel 2: zeven lettergrepen
– regel 3: vijf lettergrepen

.

Benieuwd geworden?

Wil je op deze creatieve, reflectieve manier leren schrijven? Ben je benieuwd wat het je kan brengen aan inzichten en ontwikkeling? Kom dan eens naar het Schrijfcafé of bestel het boekje ‘Word je bewust. 81 oefeningen voor reflectief schrijven’.


Beschikbaar tot en met 30 oktober.
Hergebruik is vrij, mits met bronvermelding: Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl.
Foto: www.wordjebewust.nl

Nodig
– pen en papier
– fototoestel
– eventueel: afbeeldingen van de natuur
– kookwekker of timer

Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt