Oefening van de maand mei: Je eigen thema

We zijn aan het verbouwen en verhuizen, dus deze maand is het even makkelijk met een herhaling van een oefening van een paar jaar geleden: een ‘lege’ reflectieoefening. Je kunt deze stappen doen met elk willekeurig thema dat je wilt onderzoeken. One size fits all, in dit geval.

Het is een oefening waarbij je veel schrijft. Wees niet bang om in herhaling te vallen of het even niet meer te weten en onzin te schrijven, dat geeft niets, zolang je maar blijft opschrijven wat je denkt en wat er in je omgaat. Zoals Saskia de Bruin terecht zegt: je hebt modder nodig om goud te vinden!

Stap 1
Bepaal welk thema je wilt onderzoeken. Is er iets wat je bezighoudt? Een onderwerp waar je al een tijdje mee rondloopt? Probeer het uit te drukken in één woord of hooguit een paar. Het maakt verder niet uit hoe je het precies formuleert. Bijvoorbeeld: ondernemerschap, keuzes in mijn werk, zorg voor mijn ouders, werk/privé-balans, etc.
Schrijf je thema op en neem even de tijd om je erop te concentreren. Sluit bijvoorbeeld even je ogen, adem een paar keer langzaam in en uit en richt je aandacht op je thema. Denk maar dat je het begroet alsof het een gesprekspartner is met wie je een gesprek aan gaat – niet confronterend, maar zachtmoedig en benieuwd.

Stap 2
Verken je thema aan de hand van een woordgedicht, in dit geval niet zozeer bedoeld als gedicht, maar eerder als een brainstorm met jezelf. Schrijf de letters van je thema onder elkaar en vul ze aan met woorden, korte zinnen of vragen die bij je opkomen als je aan jouw thema denkt. Alle associaties doen mee, je hoeft ze niet eerst te beoordelen, je hoeft ze zelfs niet logisch te vinden.
Bijvoorbeeld:

Inspiratie

Ik wil contact houden met wat mij inspireert
Nodig om er tijd voor te maken
Steeds opnieuw, Schaduw en zon
Prioriteiten stellen, Power/krachtbron
Inspiratie, In mijn werk van alledag?
Radicaal: hoe radicaal moet/wil ik hierin zijn?
Alles of niets, of kan er meer en-en zijn?
Tevreden zijn, Tellen van m’n zegeningen
Iemand: welke iemanden zijn hierin belangrijk voor me?
Eigenheid, Eén dag tegelijk, Eigenlijk veel bronnen

Stap 3
Lees je woordgedicht twee keer hardop aan jezelf voor, langzaam en bewust, en merk op waar je aandacht naartoe getrokken wordt. Begin meteen te schrijven: mijmer op papier over dat woord of zinnetje in een sprint van 15 minuten.

Stap 4
Lees je sprintje uit stap 3 hardop aan jezelf voor, langzaam en bewust, en merk weer op naar welk fragment je aandacht getrokken wordt. Ga daar dieper op in met een sprint van 10 minuten.

Stap 5
Lees je sprintje uit stap 4 hardop aan jezelf voor, langzaam en bewust, en merk weer op naar welk fragment je aandacht getrokken wordt. Ga daar dieper op in met een sprint van 5 minuten.

Stap 6
Lees je sprintje uit stap 5 hardop aan jezelf voor, langzaam en bewust.
Beantwoord dan schrijvend (een paar van) de volgende reflectievragen, zo kort of lang als jou relevant lijkt:

  • Waar gaat dit nu echt over? Snij eens door de brij heen: wat blijft er over als essentie?
  • Valt iets je op?
  • Hoe ervaar je de toon, de manier waarop je schrijft?
  • Wat zou je zeggen als iemand anders, iemand van wie je houdt, dit geschreven zou hebben?
  • Stel je voor dat je dit over een jaar (of over 5 jaar) terugleest, hoe kijk je hier dan op terug? Wat heb je tegen jezelf van nu te zeggen?
  • Is er iets wat je hiermee wilt doen, concreet, in een heel kleine eerste stap? Morgen of misschien vandaag al?
  • In stap 1 heb je je voorgesteld dat je thema een gesprekspartner was. Heb je hem/haar iets te zeggen na jullie ‘gesprek’?

Stap 7
Waar ben je dankbaar voor, nu je dit zo allemaal onderzocht hebt? Druk dit uit in één woord en maak daarmee een elfje.
Een elfje is een versje dat bestaat uit elf woorden, als volgt verdeeld over 5 regels:

– eerste regel: 1 woord
– tweede regel: 2 woorden
– derde regel: 3 woorden
– vierde regel: 4 woorden
– vijfde regel: 1 woord

Een elfje hoeft niet te rijmen; het mogen losse woorden zijn of één doorlopende zin, of alles daar tussenin, zolang het maar die structuur van elf woorden op vijf regels houdt.

.

Smaakt schrijvend reflecteren naar meer?

.

.

Beschikbaar tot en met 30 november 2019.
Hergebruik is vrij, mits met bronvermelding: Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl.
Foto: www.sxc.hu

Nodig
– pen en papier
– kookwekker of timer

Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt