Oefening van de maand januari: Welkom

Heb je geproost op 1 januari om middernacht, toen het nieuwe jaar begon? Was je alleen thuis, of met veel mensen samen op een feest of bij familie? Onder welke omstandigheden heb je het nieuwe jaar welkom geheten? Hoe het ook was, het is een goede aanleiding om stil te staan bij het woord ‘welkom’. Dit woord kan allerlei betekenissen hebben, het hoeft zeker niet alleen om het nieuwe jaar te gaan. Ontdek wat ‘welkom’ jou te zeggen heeft in deze oefening van de maand.

Veel plezier ermee en alle goeds voor 2020!

Stap 1
Schrijf het woord ‘welkom’ in het midden van een lege pagina. (Als je een klein schrift hebt, neem dan twee pagina’s en schrijf het in het midden van die twee.)
Neem de tijd om te mijmeren over dit woord ‘welkom’ en eromheen te noteren wat bij je opkomt: wat roept dit woord bij jou op aan herinneringen of associaties? Bijvoorbeeld: hoe welkom was jij in het gezin waarin je geboren bent? Hoe welkom ben je in je huidige thuissituatie, bij anderen en/of bij jezelf? ‘Mag alles er zijn’, om die modieuze uitdrukking maar eens te gebruiken: wat wel en wat niet? En wat doe je om anderen welkom te heten, verwelkomend tegemoet te treden? En als je welkom zegt tegen 2020, wat zie je dan, wat verwacht je, hoop je? – Noteer alles waar je aan denkt in trefwoorden op de pagina(‘s), zonder te censureren of te beredeneren.

Stap 2
Kijk rustig naar je pagina(‘s) uit stap 1. Welk woord of gedeelte uit je associaties springt eruit? Mijmer daarover in een sprintje van 10 minuten.

Stap 3
Lees je sprintje uit stap 2 terug. Welke zin springt eruit? Ga daar dieper op in met een sprintje van 3 minuten.

Stap 4
Lees de sprintjes die je in stap 2 en 3 geschreven hebt aandachtig (en hardop) terug. Kun je ‘welkom heten’ wat daar staat? Wat roept dit schrijfsel bij je op: een oordeel, een glimlach, vreugde, verlangen of iets anders? Schrijf daar 3 regels tekst over op.

Stap 5
Maak de volgende open zinnen af met een sprintje van steeds 3 tot 5 regels tekst:
– Nu ik dit zo (al schrijvend) zie, ben ik dankbaar…
– Een kracht of kwaliteit die ik in mezelf welkom heet, is…

Stap 6
Onderstreep fragmenten die je mooi en waar vindt in jouw teksten van stap 2 t/m 5. Maak met behulp van die fragmenten een rondeel als afsluiting van deze oefening. Een rondeel is een gedicht dat niet hoeft te rijmen en dat bestaat uit 8 regels tekst met een aantal herhalingen:
– regel 1
– regel 2
– regel 3
– regel 4 = hetzelfde als regel 1
– regel 5
– regel 6
– regel 7 = hetzelfde als regel 2
– regel 8 = hetzelfde als regel 1 en 4

Tip: begin met twee korte kernzinnen en schrijf die op regels 1, 4, 8 en 2 en 7, volgens het schema. Vul daarna de overgebleven regels 3, 5 en 6 in op een manier die je passend vindt. Daarvoor kun je putten uit je sprintjes, maar je kunt natuurlijk ook nieuwe zinnen bedenken. Geef eventueel daarna je rondeel een titel.

Benieuwd geworden?

Wil je op deze creatieve, reflectieve manier leren schrijven? Ben je benieuwd wat het je kan brengen aan inzichten en ontwikkeling? Kom dan eens naar het Schrijfcafé, je bent van harte welkom.

Beschikbaar tot en met 29 februari.
Hergebruik is vrij, mits met bronvermelding: Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl.
Foto: www.freeimages.com

Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer

Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt