Oefening van de maand februari: Interview

In het Algemeen Dagblad las ik een column van psycholoog René Diekstra. Helaas kan ik de column niet online vinden, maar een bericht van René Diekstra op zijn eigen website lijkt er veel op: Het laatste gesprek.

Het is een bericht over iemands ervaringen met het ouderinterview: een lijst met vragen die Diekstra heeft samengesteld en aan de hand waarvan je je ouders kunt interviewen over hun leven. Niet het eerste idee in deze richting (denk aan boekjes zoals Pap, vertel eens), maar ik vind het mooi dat Diekstra zo specifiek het gesprek als middel kiest. Hoewel ik een goede band met mijn ouders had en wel dacht veel over hun leven te weten, kan ik toch lang niet alle antwoorden geven. Hoe graag zou ik nog met hen kunnen praten, over van alles en nog wat, én over de mooie vragen van Diekstra.

Als jouw ouders nog leven, kun je misschien mooie gesprekken met hen hebben aan de hand van het interviewschema.

Een andere insteek is natuurlijk dat je zelf deze vragen beantwoordt alsof ze aan jou gesteld worden. Dat kun je ook schrijvend doen. Je gebruikt het interviewschema dan als handreiking voor het schrijven over je levensverhaal. In deze oefening van de maand vind je een paar schrijfideeën.

Veel inspiratie en hopelijk ook mooie verrassingen toegewenst!

Bronvermelding op de site van René Diekstra:
Bekijk/download het interviewschema.
Voor achtergrond van het [interview-]schema zie het deel getiteld ‘Familieverantwoording’ in deze publicatie:
Wegwijzers naar een hemel op aarde

Idee 1
Kies een getal tussen 1 en 15.
Kijk in het interviewschema van Diekstra welk thema hoort bij het nummer dat je gekozen hebt. NB: De nummering in het interviewschema loopt verkeerd, dus kijk even goed welk thema je moet hebben.
Als je het nummer/thema gevonden hebt, zie je daarbij verschillende vragen staan. Stel je voor dat deze aan jou gesteld worden in plaats van aan je ouders. Je kunt over alle vragen bij dit gekozen nummer schrijven alsof het één geheel is en kijken welke kant je pen op gaat, maar je kunt ook kiezen welke vraag eruit springt bij dit thema. Schrijf een sprintje van 10 of 15 minuten als antwoord of mijmering naar aanleiding daarvan.

Idee 2
Gebruik het interviewschema van Diekstra als een programma om gedurende langere tijd schrijvend stil te staan bij je leven, door de vragen aan jezelf te stellen. Begin bij nummer 1 uit het schema, schrijf een sprintje van bijvoorbeeld 10 of 15 minuten over dat thema of over een vraag die er bij nummer 1 uitspringt, en werk zo in de komende tijd de lijst door. Je kunt dit op de bonnefooi doen en vrij zijn in hoe lang je erover doet of je kunt een gestructureerd programma maken door bijvoorbeeld elke week één thema te nemen of vijf weken lang elke week drie thema’s.

Idee 3
Schrijf vragen uit het interviewschema over op losse kaartjes of post-its: op deze manier leidt één thema uit de lijst van Diekstra tot vele kaartjes. (Ik zou bijvoorbeeld thema nr. 1 uit de interviewlijst omzetten in vijf vragenkaartjes door een paar vragen te groeperen.) Vragen die op jouw leven en situatie niet van toepassing zijn, kun je weglaten of omvormen naar eigen keuze. Dit levert een kaartenset op waaruit je lukraak vragen kunt trekken om over te schrijven.

Idee 4
Gebruik het interviewschema zoals het bedoeld is, namelijk voor een gesprek (of meerdere gesprekken): voer deze met je vader of moeder als deze nog leeft of voer ze met je partner, met een zus of broer of goede vriend(in). Daarna kun je erover schrijven, bijv. hoe was het om dit gesprek te voeren? Wat heeft je verrast, verheugd, geërgerd of ontroerd? Welke emoties merkte je bij de ander en waarover gingen die? Is door dit gesprek iets veranderd bij jou, bij de ander of in jullie relatie?

Afronding
Tenslotte een advies dat je achter elk van bovenstaande ideeën kunt plakken, namelijk: rond je schrijfsessie(s) over dit onderwerp goed af. Schrijven over je leven (of over persoonlijke gesprekken over het leven van iemand die je na staat) kan veel teweegbrengen. Het schema van Diekstra zorgt ervoor dat je allerlei gebieden in jezelf of in je familie bekijkt, ook die gebieden waar je normaal gesproken liever niet bij stilstaat. Of waar je pen automatisch van weg blijft. En als je dan een sprintje hebt geschreven van bijv. een kwartier of misschien zelfs langer, kan het moeilijk zijn om om te schakelen naar je dagelijkse leven. Het is daarom belangrijk je schrijfsessie af te ronden, bijvoorbeeld als volgt:

  • Schrijf 3 regels tekst als antwoord op de vraag: waar ben je dankbaar voor, nu je dit zo schrijvend gezien hebt?
  • Schrijf 3 regels tekst als antwoord op de vraag: wat wens je jezelf nu toe, nu je dit zo schrijvend gezien hebt?
  • Schrijf 5 regels tekst als antwoord op de vraag: wat laat je nu los, op dit moment, wat laat je als het ware op deze bladzijde achter? Hier ligt het goed. Welke ruimte geeft dat je?
  • Geef de kern van je sprintje(s) weer in een elfje, een haiku of een andere kernachtige dichtvorm.

Benieuwd geworden?

Wil je op deze creatieve, reflectieve manier leren schrijven? Ben je benieuwd wat het je kan brengen aan inzichten en ontwikkeling? Kom dan eens naar het Schrijfcafé of kijk welke workshop of cursus jou aanspreekt.

Beschikbaar tot en met 31 maart.
Hergebruik van de schrijfoefening is vrij, mits met bronvermelding voor het ouderinterview: René Diekstra, http://diekstra.nl/io/
Foto: www.sxc.hu

Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer
– eventueel post-its of losse blanco kaartjes

Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt