Oefening van de maand juni: (On)zekerheid

Ons huis staat te koop en dat heeft een apart effect. Bij elke bezichtiging komt er een nieuw scenario in mijn gedachten: als het nu verkocht wordt, waar gaan we dan heen? Af en toe gaan we zelf bij een nieuw huis (of appartement eigenlijk) kijken en ook dat zorgt weer voor scenario’s: zie ik mezelf, zie ik ons hier zitten? Hoe wordt ons leven dan? Waar doen we boodschappen, waar gaan we naar de kerk, wie wordt onze dokter, hoe reis ik naar m’n werk?

Dit deed me nadenken over zekerheid en onzekerheid. Waar ben je eigenlijk zeker van? En hoe ga je om met onzekerheid? Vandaar deze oefening van de maand.

Veel plezier hiermee toegewenst en dat je je maar zeker mag voelen van alles wat ertoe doet in je leven!

Stap 1
Trek een horizontale lijn van links naar rechts over de pagina. Schrijf aan de linkerkant “onzeker” en aan de rechterkant “zeker”. Dit is een schaalverdeling: meer naar links horen de dingen waar je onzeker over bent en meer naar rechts horen de dingen waar je zeker over bent. Het zijn niet twee kolommen, maar het is een glijdende schaal: de hele ruimte ertussen mag benut worden. Dat doe je in stap 2.

Stap 2
Noteer op allerlei plekken (meer naar links of meer naar rechts) onder de schaalverdeling alles wat in je opkomt als je je afvraagt: waar voel ik me zeker en onzeker over? Wat is belangrijk in mijn leven en/of werk? En waar ongeveer hoort dit ‘ding’ dan op de schaal? Alle ruimte tussen links en rechts kan benut worden.
Bijvoorbeeld: ik ben nu onzeker over waar we gaan wonen, dus ik schrijf ‘mijn woonplaats’ aan de linkerkant. Maar ‘samen met Richard’ schrijf ik aan de rechterkant, want daar ben ik (hopelijk terecht ;-)) wel zeker van. En in het midden schrijf ik bijvoorbeeld ‘studie’, want ik twijfel nog over de vraag of ik theologie zal gaan studeren.
Kijk maar wat er in je opkomt en noteer deze dingen ergens op de schaal van onzekerheid en zekerheid, daar waar het naar jouw gevoel hoort. Denk bijvoorbeeld aan: gezondheid, werkplezier, inkomen, liefde van iemand, relatie met een ander of de Ander…

Stap 3
Kijk naar de pagina die je in stap 2 gemaakt hebt. Markeer met een kleurpotlood of markeerstift de dingen die eruit springen: wat valt je hierin op, wat trekt je aandacht?

Stap 4
Kijk naar de dingen die je in stap 3 gemarkeerd hebt en kies daaruit één ding waar je dieper op in wilt gaan. Mijmer daarover op papier in een sprintje van 7 minuten.

Stap 5
Lees je sprintje uit stap 4 (hardop) terug en onderstreep een fragment dat eruit springt. Ga daar al schrijvend dieper op in met een sprintje van 5 minuten.

Stap 6
Lees je sprintje uit stap 4 en 5 (hardop) terug en onderstreep kernzinnen die je raken. Gebruik (een paar van) deze kernzinnen als bouwstenen voor een rondeel. Een rondeel is een gedicht dat niet hoeft te rijmen en dat bestaat uit acht regels met een paar herhalingen:

– regel 1
– regel 2
– regel 3
– regel 4 = identiek aan regel 1
– regel 5
– regel 6
– regel 7 = identiek aan regel 2
– regel 8 = identiek aan regel 1

Benieuwd geworden?

Wil je op deze creatieve, reflectieve manier leren schrijven? Ben je benieuwd wat het je kan brengen aan inzichten en ontwikkeling? Kom dan eens naar het Schrijfcafé.


Beschikbaar tot en met 31 augustus.
Hergebruik is vrij, mits met bronvermelding: Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl.
Foto: nl.freeimages.com

Nodig
– pen en papier
– kookwekker of timer
– kleurpotlood of markeerstift

Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt