Berichten

Reflecteer ook op je schrijfstijl

Wat kun je leren van je eigen teksten? Hoe graaf je naar de schatten die erin verstopt zitten? Vaak vraag ik cursisten in reflectieoefeningen terug te kijken naar wat ze eerder in hun dagboek, projectlogboek of leerverslag geschreven hebben. Dat doe ik zelf ook regelmatig. Dan zie ik verbanden die ik eerder niet zag, patronen, een ontwikkeling die ik heb doorgemaakt… Bij deze reflectieopdrachten gaat het vaak om de inhoud: WAT heb je geschreven? Maar het HOE heeft je ook veel te zeggen.

Als je je eigen teksten terugleest, kijk dan eens niet naar de inhoud maar naar de stijl die je (onbewust) gebruikt hebt.

  • Schrijf je vaak vragen achter elkaar, zonder antwoord te geven?
    Bijvoorbeeld: Waarom doe ik dat toch niet? Ik weet toch dat het belangrijk is? Wat weerhoudt me ervan om eerlijk te zijn? En te zeggen dat ik uit dit project wil stappen? Wat is er leuk aan? Waarom ga ik er toch mee door?
    Kies dan 1 vraag uit die eruit springt en ga op papier mijmeren over wat het antwoord zou kunnen zijn. Of over de gedachten en redeneringen die erachter zitten. Of maak 30 keer dezelfde open zin af waarmee een antwoord zou beginnen, bijvoorbeeld: “Wat me weerhoudt is…”, en kijk dan welke mogelijke antwoorden in je opkomen en (daarna) welke het meest waar aanvoelen.

 

  • Geef je vaak opdrachten aan jezelf? Teksten die je tijdens het schrijven bemoedigend bedoelt, maar die achteraf dwingend en zelfs vermoeiend of irritant kunnen klinken?
    Bijvoorbeeld: Hou vol. Je kan het. Doe het gewoon. Maar dan nu echt. Wees eerlijk en zeg het. Gevallen, dan nu opstaan. Ga ervoor.
    Schrijf dan eens over hoe het is om even niets te hoeven, niet van jezelf en niet van anderen. Of over wat je nu al goed doet, waar je tevreden over bent en wat je al lukt. Doe een ademhalingsoefening om uit dat drukke vermanende hoofd te komen. Of kies 1 aanmoediging uit je tekst en schrijf over hoe dit er in de praktijk concreet uitziet en wat/wie jou kan helpen om een eerste kleine stap te zetten. Of schrijf over van wie die vermanende stem in je hoofd eigenlijk is (een van je ouders, een onderwijzer van vroeger?) en ga op papier een gesprek met hem/haar aan.

 

  • Heb je gezien welke toon je kiest? En welk abstractieniveau?
    Bijvoorbeeld vooral klaaglijke en zorgelijke teksten, tobberig. Of eenzijdig blij, op het ongeloofwaardige af. Misschien maak je gedetailleerde en concrete beschrijvingen (en toen zei hij, en toen deed ik…), of schrijf je juist abstract en filosofisch, vaag en voor een ander niet te volgen?
    Wanneer je ontdekt hebt welke toon en insteek overheerst, probeer dan eens iets anders te doen. Schrijf op een andere manier: als het tobberig is, kijk en schrijf eens lichter, als het naïef blij is, maak het realistischer. Te beschrijvend? Trek conclusies, zoek patronen en duik in emoties. Te zweverig? Word concreet en gebruik details. Kortom, doe wat voor jou het nieuwe is.

 

Deze tips zijn bedoeld om je gevoeliger te maken voor wat je onbedoeld laat liggen. Als je een andere stijl of insteek kiest dan wat kennelijk je ‘default’-stand geworden is, open je de deur naar nieuwe en verrassende inhoud. Veel plezier met varieren!