Mei is traditiegetrouw een maand van herdenken en vieren. In eerdere jaren schreven we in deze maand vaak over vrijheid, deze keer is de invalshoek: overwinnen. En ongetwijfeld laat je pen je zien dat je met dit begrip je eigen kant op kunt.

Veel plezier en inspiratie toegewenst!

Stap 1
Maak een lijstje van associaties die jij hebt bij ‘overwinnen’. Het kan van alles zijn, dus ga niet censureren, maar noteer in trefwoorden onder elkaar wat in je opkomt.

Stap 2
Kijk rustig naar je lijstje uit stap 1: welk item uit je lijstje heeft je op dit moment iets te zeggen, waar gaat je aandacht naartoe? Zodra je dat item gekozen hebt, begin je daarover te schrijven, te mijmeren op papier, in een sprintje van 10 minuten.

Stap 3
Lees je sprintje van stap 2 (hardop) terug en probeer op te merken wat de zinnen bij je oproepen. Lees dus langzaam en neem de tijd om na te gaan wat elke zin teweegbrengt (meer, minder, dat maakt niet uit, neem het gewoon waar.) Noteer ondertussen welke vragen er bij je opkomen naar aanleiding van je tekst én naar aanleiding van wat de tekst bij je oproept. Noteer die vragen in een lijstje onder je sprintje.

Stap 4
Lees je lijstje vragen uit stap 3 (hardop) terug: welke vraag trekt je aandacht? Schrijf daarover een sprintje van 5 of 10 minuten. Ga geen antwoord verzinnen, maar mijmer op papier over je vraag en kijk gewoon wat er komt.

Stap 5
Lees je sprintje uit stap 4 (hardop) terug. Schrijf vervolgens drie korte sprintjes van bijv. 5 of 7 regels tekst, als antwoord op deze drie vragen:

  • In wat je zojuist geschreven/gelezen hebt: heeft dit iets met ‘overwinnen’ te maken? Is er iets wat je moe(s)t of wil(de) overwinnen?
  • Als iemand nu zou zeggen: “Dit gaat niet om winnen, verliezen, vechten etc., dit gaat om vrede.” Wat komt er dan bij je op?
  • Van de bergbeklimmer Sir Edmund Hillary is de uitspraak: “We overwinnen niet de berg, maar onszelf.” Heeft deze uitspraak iets te maken met wat je geschreven hebt, laat deze je iets zien, voegt het iets toe?

Stap 6
Rond deze oefening af door de kern weer te geven in een rondeel. Je kunt dat doen door je sprintjes terug te lezen, twee kernzinnen te onderstrepen en deze te gebruiken als bouwstenen van je rondeel.

Variatie/uitbreiding

  • Kies in stap 2 een ander ‘onderwerp’.
  • Kies in stap 4 een andere vraag.

Hergebruik van deze oefening is vrij, mits met bronvermelding:
Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl
Foto: Canva

Doe je iets met deze oefening? Zelf of samen met anderen? Laat het me weten, ik hoor het graag.

Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer

Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt