Op een kerst- en nieuwjaarskaart die ik kreeg van een lieve collega stond een tekst waar ik sinds die tijd een beetje mee rondloop. En die tekst leek me een mooie aanleiding voor de oefening van deze maand.
Veel plezier en inspiratie toegewenst en alle goeds voor het nieuwe jaar!
Stap 1
Maak de volgende open zinnen af met korte sprintjes van ca. 5-7 regels tekst:
- Reizen doe ik…
- Als ik op reis ga, dan voel ik mij…
- Een reis van tevoren plannen is voor mij…
- De ideale reis bestaat voor mij…
- Als ik na een reis thuiskom, dan voel ik mij…
- Als ik me voorstel dat ik ook innerlijk kan reizen, dan…
- Reizen betekent voor mij in wezen…
Stap 2
Lees je sprintjes uit stap 1 (hardop) terug en bemerk waar je aandacht naartoe getrokken wordt. Is er een stukje tekst of een deel van een zin die meer opvalt dan de rest? Schrijf daarover al mijmerend door in een sprintje van 5 minuten.
Stap 3
Lees je sprintje uit stap 2 (hardop) terug en bemerk weer waar je aandacht naartoe getrokken wordt. Waar gaat dit in essentie over? Schrijf daarover een sprintje van ca. 5-7 regels tekst.
Stap 4
Van Carlos Castaneda is dit citaat:
Voor mij bestaat alleen
het reizen langs wegen
met een hart,
daar reis ik, kijkend,
ademloos kijkend.
Lees dit citaat een paar keer door, wees er even stil bij en noteer in trefwoorden welke associaties en/of vragen bij je opkomen.
Stap 5
Heeft dit citaat uit stap 4 iets te maken met wat je hiervoor schreef in stap 2 en 3? Ga dit niet zitten verzinnen, maar begin meteen te schrijven en mijmer in een sprintje van bijv. 7 minuten, al schrijvend op papier, over deze vraag.
Stap 6
Lees je sprintje uit stap 5 (hardop) terug. Stel je voor dat je beweging door deze oefening, en door je schrijfsels heen, een reis is: een kleine reis op papier. Wat is dit nu voor reis? Heeft je hart er iets mee te maken? Schrijf daarover iets op, zoveel of zo weinig als je wilt. Kijk maar wat je pen erover te zeggen heeft.
Stap 7
Schrijf als afronding van deze oefening een rondeel. Als basis kun je daarvoor twee kernzinnen nemen uit wat je in stap 6 schreef, en deze zinnen (eventueel bewerkt, gehusseld etc.) gebruiken voor regel 1=4=8 en voor regel 2=7.
Variatie/uitbreiding
- Kies in stap 2 een ander fragment uit stap 1 en herhaal daarmee de oefening.
- Maak een wandeling die je beschouwt (en voor- en nabereidt?) alsof het een kleine reis is. Neem pen en papier mee en draag het citaat van Carlos Castaneda als het ware bij je. Dat citaat gaat over kijken, ademloos kijken. Waar kijk je naar tijdens jouw wandeling/reis? Hoe kijk je? En wat roept dat reizen en kijken in je op?
Hergebruik van deze oefening is vrij, mits met bronvermelding:
Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl
Foto: Canva
Doe je iets met deze oefening? Zelf of samen met anderen? Laat het me weten, ik hoor het graag.
Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer
Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt
Geef een reactie