“Zie jouw leven als een tafel met vier poten.” Die vergelijking maakte Jacob Nordby in een van zijn nieuwsbrieven en hij had er een verhaaltje bij waardoor ik dacht: dat beeld van die tafel is wel wat. Ik ga er een andere kant mee op dan Jacob, maar hopelijk brengt deze vergelijking jou ook iets waardevols.
.
Veel plezier en inspiratie toegewenst met deze oefening!
Stap 1
Vraag jezelf eens af: wat doet een tafel, wat voor eigenschappen heeft hij? Ga hier niet over nadenken, maar begin meteen met het schrijven van een lijstje. Al je associaties en invallen doen mee, bijvoorbeeld: een tafel… draagt dingen, neemt ruimte in, brengt mensen samen, raakt beschadigd, verstopt zich soms (onder een kleed), etc.
Stap 2
Lees je lijstje uit stap 1 terug en kies daaruit een eigenschap die er voor jou op dit moment uitspringt. Mijmer over die eigenschap en wat deze jou te zeggen heeft in een sprintje van 7 minuten.
Stap 3
Lees je sprintje uit stap 2 (hardop) terug en onderstreep daarin (een deel van) één zin die je mooi en waar vindt. Bewaar deze voor later in de oefening.
Stap 4
Dat je jouw leven als een tafel kunt zien, is een vergelijking die Jacob Nordby gebruikt bij het omgaan met veranderingen. Als je leven een tafel op 4 poten is en er doet zich een flinke verandering voor, is het alsof er één poot weggehaald wordt. Want verandering brengt je uit je evenwicht, zelfs leuke en zelfgekozen veranderingen doen dat. Je raakt los van patronen die vanzelfsprekend waren. Met één poot minder lukt het je nog wel om de tafel recht te houden, want je houdt die ene tafelpunt zelf wel in de lucht. Maar als er twee poten weggehaald worden, wordt dat al lastiger. En als er drie poten weg zijn, heb je nóg meer moeite om de tafel in evenwicht te houden, met alles wat erop staat.
–> Hoe is het met jou, met jouw leven, als je op deze manier naar jezelf kijkt? Wat roept deze vergelijking bij je op over jouw leven? Mijmer daarover op papier in een sprintje van 10 minuten.
Stap 5
Lees je sprintje uit stap 4 (hardop) terug en onderstreep daarin (een deel van) één zin die je mooi en waar vindt. Bewaar deze voor later in de oefening.
Stap 6
Maak met kleurpotlood een tekening van jouzelf/jouw leven als tafel. Doe dit snel, net als het schrijven van een sprintje: het hoeft niet mooi te zijn of ergens op te lijken, het gaat maar om een weergave van jouw leven/tafel op dit moment.
Stap 7
Kijk rustig naar jouw tekening uit stap 6; neem daar de tijd voor, voel als het ware hoe het voor die tafel is, probeer je voor te stellen hoe het ding concreet in de kamer vóór je staat (of ligt, hangt, zweeft, net wat maar van toepassing is).
Heeft de tafel ergens behoefte aan, komt er iets bij je op?
Stap 8
Jacob Nordby zegt in dit verband ook: wees zacht voor jezelf. “Please be gentle with yourself.” Geduldig, hartelijk, aanmoedigend. Schrijf vanuit deze innerlijke houding een sprintje van bijv. 10 minuten waarin je iets tegen die tafel zegt.
Stap 9
Lees je sprintje uit stap 8 (hardop) terug en onderstreep daarin (een deel van) één zin die je mooi en waar vindt.
Stap 10
Je hebt nu in totaal drie (delen van) zinnen verzameld, in stap 3, 5 en 9. Gebruik deze zinnen om een vrij gedicht te maken als afronding van deze oefening. De meest simpele manier is om de zinnen gewoon onder elkaar te zetten, en klaar! Maar als je wilt, kun je natuurlijk schrappen, husselen en aanvullen, net wat je wilt.
Variatie/verdieping
- Kies in stap 2 een andere eigenschap.
- Schrijf door naar aanleiding van je afrondende vrije gedicht.
- Maak variaties op je afrondende gedicht door in stap 3, 5 en 9 andere zinnen te kiezen.
Schrijf daarna over wat je opvalt als je die gedichten naast elkaar ziet: krijg je andere invalshoeken? Wordt iets anders uitgelicht?
Hergebruik van deze oefening is vrij, mits met bronvermelding:
Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl
Doe je iets met deze oefening? Zelf of samen met anderen? Laat het me weten, ik hoor het graag.
Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer
– kleurpotloden
Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt

Geef een reactie