November is traditiegetrouw begonnen met Allerheiligen en Allerzielen, dagen waarop je kunt stilstaan bij wat en wie je dierbaar was en is. Het woord ‘dierbaar’ is eigenlijk wel mooi zacht, vind je niet? Het doet me denken aan het Engelse ‘dear’, lief.

Daarom deze maand een paar handvatten om op het spoor te komen van jouw ‘dear’, jouw dierbare wat en wie.

Veel plezier en inspiratie toegewenst!

Stap 1
Maak drie lijstjes (in trefwoorden) als antwoord op deze drie vragen:

  • Welke voorwerpen heb jij in huis die jou dierbaar zijn (om wat voor reden dan ook)?
  • Welke mensen en dieren heb jij op dit moment in je leven om je heen die jou dierbaar zijn?
  • Welke mensen en dieren had jij om je heen, eerder in je leven, die jou nog steeds dierbaar zijn?

Stap 2
Lees aandachtig (hardop) je lijstjes uit stap 1 terug. Kies uit dit totaal één dierbaar ‘iets of iemand’ waar je bij stil wilt staan.

Stap 3
Beantwoord voor dat dierbare ‘iets of iemand’ de volgende twee vragen, elk met een sprintje van bijv. 5, 10 of 15 minuten:

  • Wat is dit voor een voorwerp c.q. wie is deze persoon? Probeer het feitelijk te beschrijven, alsof je aan een ander uitlegt om wat of wie het gaat.
  • Waarom is dit voorwerp c.q. deze persoon jou dierbaar?

Stap 4
Lees je sprintjes uit stap 3 langzaam, proevend (hardop) terug.
Denk dan even stil na over deze vraag, van binnen onderzoekend: is er iets van dit ‘dierbare’ dat nu in jou zit, los van het voorwerp of de persoon, dus iets dat het voorwerp of de persoon als het ware overstijgt en onderdeel van jou geworden is?
Schrijf er na jouw stille nadenken iets over op.

Stap 5
Rond af door een tekening te maken of een foto in te plakken van jouw gekozen voorwerp/persoon. Stel je voor dat deze foto (of tekening) in een museum aan de muur hangt en door anderen gezien wordt. Er hangt een bordje naast met een korte toelichting; op dat bordje kan alles staan wat jij wilt. Wat staat er op? Schrijf dat naast je foto of tekening.

Variatie/uitbreiding

  • Kies een ander voorwerp of een andere persoon uit je lijstje.
  • Kijk eens naar je lijstjes op zich: zie je er een rode draad in? Hebben sommige dierbare voorwerpen en/of personen iets met elkaar gemeen? Als je iets opvalt, kun je daarover schrijven.
  • Misschien heb je juist geen dierbare voorwerpen omdat het verzamelen of bewaren niet bij je past. Dan kun je daarover schrijven, bijv.: waarom bewaar je ze niet? Wat brengt dat jou? Hoe neem je er afscheid van? Hoe zou het zijn om wel iets te bewaren en wat zou dat dan zijn?

Hergebruik van deze oefening is vrij, mits met bronvermelding:
Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl

Doe je iets met deze oefening? Zelf of samen met anderen? Laat het me weten, ik hoor het graag.

Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer

Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt