Een eenvoudige oefening deze keer, terwijl we er maar liefst twee maanden mee doen… Dat kan, omdat het een oefening is die je eindeloos kunt herhalen en die je elke keer een andere kant op brengt.
Het gaat om een boektitelgedicht: een gedicht dat je maakt door boeken op elkaar te leggen zodat de titels samen een gedicht vormen.
In mijn voorbeeld op de foto:
Hoe word ik gelukkig?
Tijd nemen
Werken vanuit je hart
Vrij zijn in je werk
Geluk is gevaarlijk
Dodelijk tij
Stil de tijd
Heel de mens
Hier blijf ik
.
Veel plezier en inspiratie toegewenst en een mooie zomer!
Stap 1
Ga voor je boekenkast staan en laat je ogen dwalen over de titels. Zodra je merkt dat een titel je aandacht vangt (het maakt niet uit waarom), pak je het uit de kast en je leest de titel (hardop en) aandachtig. Dit is de eerste regel van je ‘gedicht’.
Daarna kijk je weer globaal langs de boeken in de kast: welke titel hoort daarbij, wat is als het ware de volgende regel? Pak ook dat boek eruit en lees de titel weer (hardop en) aandachtig.
Dit herhaal je totdat je boektitelgedicht af is. Eventueel hussel je wat in de volgorde terwijl je het zo bij de kast laat ontstaan. Doe dit snel en denk er niet echt over na.
Stap 2
Schrijf je boektitelgedicht over in je dagboek. Houd eventueel ruimte over om er een foto van de boekenstapel bij te plakken.
Stap 3
Schrijf meteen door in een sprintje van 10 minuten: mijmer op papier over je boektitelgedicht.
Stap 4
Lees je sprintje uit stap 3 (hardop) terug en onderstreep een zin die je aandacht trekt. Ga daar dieper op in met weer een sprintje van 5 minuten.
Stap 5
Lees je sprintje uit stap 4 (hardop) terug en ga op zoek naar boektitels die daarin verstopt zitten. Dat wil zeggen: beschouw je sprintje als losse woorden en zinnen, kijk er neutraal naar en onderstreep stukjes die klinken alsof ze de titel van een boek kunnen zijn.
Als je het leuk vindt, kun je dit ook nog doen bij je sprintje uit stap 3.
Stap 6
Maak als afronding van deze oefening weer een boektitelgedicht, maar nu met je onderstreepte ’titels’ uit stap 5. Je mag de volgorde husselen, titels weglaten, net wat in je opkomt.
Variatie/uitbreiding
- Kijk in stap 1 niet bewust naar de titels, maar pak lukraak met je ogen dicht een stel boeken uit de kast.
- Kijk in je afrondende boektitelgedicht (in stap 6) welke ’titel’ je het meeste raakt. Stel je voor dat dit een echt boek is en maak daar meer van, bijv.:
– Geef het boek een ondertitel.
– Teken de boekomslag.
– Schrijf de flaptekst.
– Maak de inhoudsopgave: welke hoofdstukken staan in dit boek?
– Als je wilt, kun je daarna zelfs sprintjes schrijven bij die hoofdstukken.
– Schrijf over de auteur (over jezelf?) alsof je de uitgever bent die dit boek aanprijst.
– Schrijf een recensie over dit boek alsof je een objectieve lezer bent.
Hergebruik van deze oefening is vrij, mits met bronvermelding:
Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl
Foto: idem
Doe je iets met deze oefening? Zelf of samen met anderen? Laat het me weten, ik hoor het graag.
Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer
Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt
Geef een reactie