Is november een ‘maand van de…’? Dat vroeg ik me af en Google antwoordde dat november de maand van de ondergrond is. In Rotterdam althans. En wat ik vond, was een hele serie van activiteiten. Je kunt ernaar toe, natuurlijk, en je kunt er ook over schrijven, het is eigenlijk een heel bijzonder begrip, de ondergrond – vandaar deze oefening van de maand.

Veel plezier en inspiratie toegewenst!

Stap 1
Maak een lijstje van kenmerken die je kunt bedenken bij het woord ‘ondergrond’: wat héb je aan ondergrond, wat zijn als het ware kwaliteiten van de ondergrond? Bijv. ondergrond heeft draagkracht, ondergrond laat dingen door, je kunt erover heen reizen, etc. Kijk eventueel letterlijk naar de grond om je heen en schrijf op wat er aan kwaliteiten/kenmerken in je opkomt. Laat daarna dit lijstje even liggen en ga door met de volgende stap.

Stap 2
Geef al schrijvend antwoord op de volgende vragen, steeds met een sprintje van bijvoorbeeld 5 of 10 minuten. Ga niet denken of verzinnen, begin meteen te schrijven en mijmer op papier:

  • Wat is jouw ondergrond, waar sta jij stevig op?
  • Als mensen ook elkaars ondergrond kunnen zijn: wie is of was voor jou een belangrijke ondergrond?
  • En voor wie ben of was jij zelf een ondergrond? Waarom en hoe?
  • Heb je iets met jouw geboortegrond, de grond, de plek waar je geboren bent?
  • Wat stel je je voor dat er op dit moment onder jou in de grond zit? Ga als het ware steeds verder omlaag en noteer wat in je opkomt, wat vermoed je allemaal onder je? En daarna: wat doet het met je, dat je je dit nu realiseert, dat je zo bovenop dit alles zit?

Stap 3
Prik met je ogen dicht een kenmerk/kwaliteit uit je lijstje van stap 1 én prik ook met je ogen dicht een van je vijf sprintjes uit stap 2.
Je hebt dan twee ‘dingen’: een kwaliteit en een sprintje. Lees dat sprintje rustig (hardop) terug, met die kwaliteit in je achterhoofd.
Schrijf daarna meteen door in een sprintje van 5 minuten: wat hebben deze twee dingen met elkaar te maken? Laat de kwaliteit iets zien over wat je in je sprintje schreef, voegt het er iets aan toe, geeft het er een ander licht op?

Stap 4
Lees je sprintje uit stap 3 (hardop) terug en onderstreep een fragment dat het meest te maken heeft met jouw ‘ondergrond’ op dit moment. Ga er daarna dieper op in met weer een sprintje van 5 minuten.

Stap 5
Lees je sprintje uit stap 4 (hardop) terug en schrijf een kort sprintje van ongeveer 5 regels tekst als antwoord op de vraag: wat wil je naar aanleiding hiervan vasthouden, heb je iets gezien dat van waarde voor je is, iets dat als het ware ‘vruchtbare grond’ voor je is?

Stap 6
Schrijf als afronding van deze oefening een ‘grondgedicht’ in de vorm van een piramide. Het gedicht hoeft niet te rijmen, het mogen losse woorden zijn of een lange doorlopende zin of een paar losse flarden. Dat maakt niet uit.
-regel 1: één woord
-regel 2: twee woorden
-regel 3: drie woorden
-regel 4: vier woorden
-regel 5: vijf woorden
-regel 6: zes woorden
-regel 7: zeven woorden

Variatie/uitbreiding

  • Prik een andere kwaliteit uit stap 1 en een ander sprintje uit stap 2 en herhaal daarmee de oefening vanaf stap 3.
  • Keer het perspectief om en herhaal de oefening met het (fictieve) begrip ‘bovengrond’: richt je blik naar boven in plaats van naar beneden. Is daar ook ‘grond’ voor jou en door jou te vinden?
    Of kies nog een ander perspectief en herhaal de oefening met het begrip ‘binnengrond’: richt je blik naar binnen in plaats van naar beneden. Is daar ook ‘grond’ voor jou en door jou te vinden?
    Lees daarna je drie oefeningen terug, over je ondergrond, bovengrond en binnengrond. Valt je iets op? Wat voor vruchtbaars neem je uit deze ‘gronden’ mee?
  • Ga naar een van de activiteiten van de Maand van de Ondergrond in Rotterdam. Schrijf van tevoren over waarom je ernaar toe gaat en tijdens en/of na afloop hoe het is of was.

Hergebruik van deze oefening is vrij, mits met bronvermelding:
Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl
Foto: Canva

Doe je iets met deze oefening? Zelf of samen met anderen? Laat het me weten, ik hoor het graag.

Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer

Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt