Vind je de zomer ook typisch zo’n periode om de balans op te maken? Misschien doe je dat terwijl je op vakantie bent en anders is het vaak sowieso rustiger en is er meer tijd om je te bezinnen. Ben ik goed bezig? Hoe gaat het eigenlijk met me? Wil ik dingen anders doen als ik terug ben van vakantie?
In deze oefening krijg je handvatten om daarbij stil te staan.
Veel plezier en een mooie zomer!
Stap 1
Hieronder vind je een paar vragen. Deze kun je veranderen als dat voor jou beter past, bijvoorbeeld: is ‘deze zomer’ voor jou een te grote periode, maak er dan ‘deze maand’ of ‘deze week’ van.
Lees de vragen rustig door en bemerk wat ze bij jou oproepen.
- Hoe gaat het met je?
- Wat wil je deze zomer doen?
- Wat moet je deze zomer doen?
- Waar ben je aan toe? Wat zou/gaat dat jou brengen?
- Hoe ga jij op adem komen en weer nieuwe energie opdoen?
- Waar wil jij deze zomer ruimte voor maken? Waarom?
- Wil je na de zomer iets anders (meer/vaker) doen? Waarom? En wat gaan jij en anderen daarvan merken?
Stap 2
Welke drie vragen springen er voor jou uit in het lijstje bij stap 1? Schrijf die drie vragen op en houd daartussen steeds ca. 15 regels witruimte open. Vul daarna die witruimte met drie sprintjes waarin je steeds op een vraag ingaat.
Stap 3
Je drie sprintjes uit stap 2 zijn samen één tekst geworden. Lees deze tekst (hardop) terug. Welk woord springt eruit? Maak daarmee een woordgedicht en probeer op elke regel iets te zeggen wat ook echt met dat woord te maken heeft. Dit hoeft niet goed of mooi te zijn, het is als het ware brainstormen met jezelf.
Stap 4
Lees je woordgedicht uit stap 3 (hardop) terug. Kies een woord of fragment daaruit dat je mooi en waar vindt. Ga daar dieper op in met een sprintje van 5 of 10 minuten.
Stap 5
Lees je sprintje uit stap 4 (hardop) terug. Heeft dit iets te maken met de balans tussen ‘willen’ en ‘moeten’? Mijmer daar nog even schrijvend over door met een sprintje van bijv. 3 of 5 minuten.
Stap 6
Lees je sprintje uit stap 5 (hardop) terug. Kijk nu eens met je zachtst mogelijke ogen naar jezelf, d.w.z. zo liefdevol mogelijk: wat komt er dan bij je op? Schrijf dat op. (Kort of lang, dat mag je zelf bepalen.)
Stap 7
Lees wat je in stap 6 geschreven hebt (hardop) terug en maak op basis daarvan een haiku of een tanka, als afronding van deze oefening.
Variaties
- In stap 2: kies drie andere vragen uit de lijst van stap 1 en ga verder met de oefening.
- In plaats van stap 2: prik met je ogen dicht één vraag uit de lijst van stap 1 en schrijf daarover een sprintje van 10 minuten. Ga daarna verder met stap 3.
- In plaats van stap 2: kies één vraag uit de lijst van stap 1 en geef daarop antwoord met een lijstje. Kies daarna één item uit je lijstje en ga daar dieper op in met een sprintje van 10 minuten. Ga dan verder met stap 3.
- In stap 3: kies een ander woord en ga verder met de oefening.
Hergebruik van deze oefening is vrij, mits met bronvermelding:
Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl
Doe je iets met deze oefening? Zelf of samen met anderen? Laat het me weten, ik hoor het graag.
Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer
Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt

Geef een reactie