Misschien komt het door Thanksgiving, maar ik zit met dankbaarheid in m’n hoofd. Of in m’n hart, eigenlijk. Ik zal het thema hier niet verder invullen, want dat doe je natuurlijk zelf door deze oefening van de maand…
Veel plezier en inspiratie toegewenst!
Stap 1
Maak een alfabetgedicht als antwoord op de vraag: waar ben ik dankbaar voor? Het alfabetgedicht is een variant op het woordgedicht. Je schrijft eerst de titel op, hier bijv. dankbaarheid of ‘ik ben dankbaar voor’. Daaronder schrijf je de letters A t/m Z onder elkaar, d.w.z. op elke regel één letter. Vervolgens vul je elke letter aan met een woord of een paar woorden of een zinnetje, steeds als antwoord op de vraag waar je dankbaar voor bent. Doe dit zo snel mogelijk, alle gedachten tellen mee, dus ga jezelf niet censureren. Als er even niks opkomt, sla je die letter over en ga je door met de volgende. Aan het eind kun je dan de lege regels alsnog even langslopen om te zien of je er een woord of gedachte bij krijgt.
Stap 2
Kijk rustig naar je alfabetgedicht: welke regel of welk woord springt eruit? Schrijf daar een sprintje over van 10 minuten, mijmerend op papier.
Stap 3
Lees je sprintje uit stap 2 (hardop) terug. Maak een lijstje van vragen die bij je opkomen als je dit zo terugleest, vragen die je aan jezelf kunt stellen hierover. (Het kan helpen om je voor te stellen dat het sprintje een tekst van iemand anders is. Je kunt het sprintje ook even wegleggen en er later naar kijken.)
Stap 4
Lees je vragen uit stap 3 (hardop) terug. Kies er eentje uit waar je dieper op in wilt gaan (je hoeft niet te weten waarom) en begin meteen daarover te mijmeren op papier met een sprintje van 10 minuten. Ga geen antwoord verzinnen, maar laat je gedachten vrij stromen. Als je vastloopt, kun je je gekozen vraag herhalen en daarna doorschrijven met wat er in je opkomt.
Stap 5
Lees je sprintje uit stap 4 (hardop) terug. Markeer woorden of (stukjes van) zinnen die iets te maken hebben met jouw dankbaarheid en/of die je mooi en waar vindt.
Stap 6
Maak een vrij gedicht met de flarden die je in stap 5 gemarkeerd hebt. De eenvoudigste vorm is: alles wat je gemarkeerd hebt onder elkaar schrijven. Alternatief is dat je de flarden door elkaar husselt, er iets uit weglaat, iets toevoegt…
Stap 7
Geef een titel aan je vrije gedicht uit stap 6 en maak daar als afronding een woordgedicht mee.
Variaties
- Kies in stap 2 een ander woord/fragment uit je alfabetgedicht.
- Neem je woordgedicht uit de laatste stap en herhaal de oefening vanaf stap 2. Op deze manier kun je een oneindige ketting maken van woordgedichten met verdiepingssprintjes en vragen ertussen. Het zou leuk zijn om dit gedurende een paar weken te doen en te kijken waar je uitkomt.
Hergebruik van deze oefening is vrij, mits met bronvermelding:
Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl
Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer
Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt

Geef een reactie