Juni begint met Pinksteren en dat lijkt me een mooi vervolg op vorige maand toen het ging over vrucht dragen. Bij Pinksteren gaat het om ‘vruchten’ van de Geest, je kunt het ook wel deugden of kwaliteiten noemen: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Mooie thema’s om bij stil te staan, vandaar deze oefening van de maand.

Alle goeds en veel inspiratie toegewenst met deze oefening!

Stap 1
Kijk eens rustig naar dit lijstje van ‘vruchten’ en stel je voor dat aan dit lijstje een label zit met daarop de woorden “especially made for you”, dus dat deze woorden speciaal naar jou toekomen, op dit moment in jouw leven, waar je ook maar bent en wat jou ook maar bezighoudt. Neem de tijd om de woorden als het ware in jezelf te laten weerklinken en merk op wat ze je doen. (Tip: schrijf ze op een briefje en maak er een wandeling mee.)

  • liefde
  • vreugde (of: blijdschap)
  • vrede
  • geduld
  • vriendelijkheid
  • goedheid
  • trouw (of: vertrouwen, geloof)
  • zachtmoedigheid
  • zelfbeheersing (of: matigheid)

Stap 2
Welk woord springt eruit, uit het lijstje bij stap 1? Schrijf daar een sprintje over van 7 minuten: wat brengt het in jou teweeg, wat heeft het je te zeggen? Mijmer daarover op papier.

Stap 3
Lees je sprintje uit stap 2 (hardop) terug en onderstreep daarin (een deel van) één zin die je mooi en waar vindt. Ga daar dieper op in met een sprintje van 5 minuten.

Stap 4
Lees je sprintje uit stap 3 (hardop) terug en beantwoord de volgende vragen met korte sprintjes van bijv. 5 regels tekst:

  • Wat is de kern van wat je geschreven hebt, waar gaat het in essentie over?
  • Wil je er iets mee? Bijvoorbeeld iets uitproberen, iets doen in de komende dagen, ergens ruimte aan geven?
  • Als je de oefening van vorige maand gedaan hebt: heeft dit daar iets mee te maken?

Stap 5
Lees je sprintjes uit stap 4 (hardop) terug. Als je dit zo ziet, kun je dan in één woord uitdrukken waar je blij mee bent of dankbaar voor bent, iets wat je wilt koesteren?

Stap 6
Maak met  jouw woord uit stap 5, als afronding van deze oefening, een elfje of woordgedicht.

Variatie/verdieping

Nadat je deze oefening hebt gedaan, kun je andere woorden uit het lijstje van stap 1 kiezen (bewust kiezen of met je ogen dicht prikken) en schrijven over de vraag wat dit nieuwe woord te maken heeft met wat je in de oefening schreef. Op die manier worden de woorden uit het lijstje ‘zoeklichten’ die je op jouw tekst laat schijnen.

Hergebruik van deze oefening is vrij, mits met bronvermelding:
Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl
Foto (detail): megspl, pixabay.com

Doe je iets met deze oefening? Zelf of samen met anderen? Laat het me weten, ik hoor het graag.

Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer

Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt