Deze maand is het thema: Lente. Maar misschien gaat je pen je verrassen in deze oefening en schrijf je ergens anders over. Dat zou zomaar kunnen, want je brengt woorden met elkaar in verband die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Kijk maar…
Veel plezier en inspiratie toegewenst!
Stap 1
Maak een gedachtenwolk rond het woord: lente.
Stap 2
Kijk rustig naar je gedachtenwolk uit stap 1 en kies daaruit twee woorden: één woord dat niet te maken heeft met lente, maar waar je aandacht sterk naartoe getrokken wordt en één woord dat duidelijk wél veel te maken heeft met lente.
Stap 3
Mijmer al schrijvend over de vraag wat deze twee woorden (uit stap 2) met elkaar te maken hebben. Ga er niet eerst over nadenken, maar begin meteen te schrijven en kijk wat er uit je pen komt in een sprintje van 5 of 10 minuten.
Stap 4
Lees je sprintje van stap 3 (hardop) terug. Welke van onderstaande uitspraken heeft daar het meest mee te maken, welke uitspraak slaat voor jou nu ergens op:
- Soms is het tijd voor zaaien, soms voor groeien en bloeien, soms voor oogsten, soms voor snoeien.
- Als je wacht, wordt het altijd weer licht.
- Een nieuwe lente, een nieuw geluid.
- Spring is in the air.
- Ga naar buiten, kijk, adem.
Stap 5
Schrijf een sprintje van 5 of 10 minuten over wat jouw gekozen uitspraak uit stap 4 te maken heeft met je sprintje uit stap 3. Waarom koos je die uitspraak, wat zegt die jou?
Stap 6
Lees je sprintje uit stap 5 (hardop) terug en geef de kern ervan weer in een haiku of tanka.
Variatie/uitbreiding
- Kies in stap 2 andere woorden uit je gedachtenwolk.
- Waar ging het uiteindelijk voor jou om in deze oefening? Druk dat uit in één of twee woorden en maak daar vervolgens weer een gedachtenwolk over. Kies (of prik met je ogen dicht) daaruit twee woorden en schrijf over wat deze woorden met elkaar te maken hebben.
Hergebruik van deze oefening is vrij, mits met bronvermelding:
Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl
Foto: Canva
Doe je iets met deze oefening? Zelf of samen met anderen? Laat het me weten, ik hoor het graag.
Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer
Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt

Geef een reactie