Oogst… een mooi woord waar veel achter schuil kan gaan. Je pen gaat het je in deze oefening vertellen via gerichte vragen, een gedachtenwolk, sprintjes en een rondeel. Probeer niet bewust na te denken, maar te mijmeren op papier en laat je verrassen door wat er in je opkomt.
Veel plezier en inspiratie toegewenst!
Stap 1
Maak een gedachtenwolk rond het woord ‘oogst’.
Stap 2
Laat je gedachtenwolk even liggen en kijk naar de vragen hieronder. Bemerk welke vraag voor jou op dit moment het meest zinvol voelt:
- Waar ben je blij mee, trots op?
- Waar ben je dankbaar voor?
- Waar wil je graag meer van hebben, wat wil je laten groeien?
- Waar zit een belangrijke les in?
- Wat wil je achter je laten?
- Wat wil je meenemen de komende tijd in?
- Waar kun je op (voort-)bouwen?
- …of een andere vraag als je daar zelf mee rondloopt…
Stap 3
Neem de vraag die je in stap 2 als uitgangspunt koos, en kijk van daaruit rustig naar je gedachtenwolk uit stap 1. Zoek daarin als het ware (elementen van) het antwoord. Welk fragment van je gedachtenwolk trekt dan je aandacht? Markeer dit, bijv. door het te onderstrepen of te kleuren.
Stap 4
Mijmer op papier over het fragment uit je gedachtenwolk dat je in stap 3 koos: schrijf er een sprintje over van bijv. 7 of 10 minuten.
Stap 5
Lees je sprintje uit stap 4 (hardop) terug. Komt er een vraag bij je op als je dit zo terugleest? Welke vraag wil je aan jezelf stellen hierover? Noteer die vraag.
Stap 6
Mijmer op papier over je vraag uit stap 5 door een sprintje te schrijven van bijv. 5 of 10 minuten. Ga geen antwoord verzinnen, dus niet bewust bedenken, maar laat je gedachten gaan over de vraag en blijf schrijven wat er in je opkomt.
Stap 7
Lees je sprintje uit stap 6 (hardop) terug en schrijf in 3-5 regels tekst op wat dit bij jou teweegbrengt. Bijvoorbeeld: Hoe voel je je? Hoe is het om dit zo op papier te zien? Roept het iets in je op? Wil je er iets mee, etc.
Stap 8
Lees je sprintjes uit stap 4 t/m 7 (hardop) terug en markeer flarden die te maken hebben met de vraag die je in stap 2 als uitgangspunt koos. Maak daarmee als afsluiting een rondeel, waarin je dus als het ware antwoord geeft op de vraag die je jezelf in stap 2 stelde.
Variatie/uitbreiding
- Wat heeft jouw schrijfsel in deze oefening te maken met ‘oogst’?
- Als je jouw schrijfsel bekijkt vanuit het perspectief van: zaaien, groeien, bloeien, vruchtdragen en oogsten… wat komt er dan bij je op?
Hergebruik van deze oefening is vrij, mits met bronvermelding:
Sarine Zijderveld, www.papierenspiegel.nl
Foto: Canva
Doe je iets met deze oefening? Zelf of samen met anderen? Laat het me weten, ik hoor het graag.
Nodig
– pen en papier
– kookwekker/timer
Hoe te schrijven: sprintje
– schrijf zo snel als je kunt
– volg de gedachten die opkomen
– blijf doorschrijven
– censureer en corrigeer niets
– let niet op taal- en schrijffouten
– als je vastloopt: herhaal het laatste woord totdat er weer een nieuwe gedachte komt
Geef een reactie